pagina 20 zomer 1998

De vennen en natte schraallanden genie ten op het landgoed Twickel een hoge mate van bescherming. Leden van de vereniging Vrienden van Twickel namen een kijkje bij de herstelwerkzaamheden onder leiding van onderzoeker Onno de Bruijn (links). Foto: A.H. Schimmelpenninck. meststoffen. Bovendien werd in de loop van deze eeuw gestopt met het aloude beheer van het gebied, waarbij maaien en plaggen regelmatig terugkerende werkzaamhe- den waren. Eerste herstel Volgens de onderzoekers De Bruijn en Hofstra was her ­ stel van Het Boddenbroek alleen mogelijk door een zeer kleinschalig beheer dat met handkracht zou worden uitge- voerd. Grootschalig beheer met machines zou uit den boze zijn. Uitgangspunt voor het herstel zou de situatie in 1950 zijn. Van deze toestand waren tenslotte gegevens bekend. Er werd begonnen met het verwijderen van de boomop- slag. Later werd er gemaaid en geplagd. Dat gebeurde dankzij de inzet van de eerder genoemde vrij willigers. Om echter het gehele gebied te beheren werd Het Boddenborek in 1990 onder de Natuurbeschermingswet gebracht. Daardoor kwam geld van de rijksoverheid beschikbaar voor de begeleiding en de uitvoering van het beheer door de Stichting Twickel. Vanaf 1990 Vanaf 1990 werden ingrijpende maatregelen genomen. Zo werden enkele diepe ontwateringssloten voorzien van duikers of zelfs gedempt waardoor zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het water in het natuurgebied kon wor ­ den verbeterd. Juist deze maatregelen brachten een duur- zaam herstel. Ondertussen wordt het al eerder genoemde beheer voortgezet: bosopslag verwijderen, kruiden maaien en natte heide plaggen. Daarbij wordt het maaisel en plagsel handmatig afgevoerd om beschadiging van de bovenste bodemlaag zoveel mogelijk te vermijden. Als groot onder- houd is wel met een rupskraan het ven uitgebaggerd en het slib afgevoerd. Bovendien werd de zuidelijke vochtige heide met een kraan zeer voorzichtig geplagd. Resultaten Door al deze werkzaamheden is een deel van de vegeta- tie teruggekeerd. In het ven aangetroffen vlottende bies, duizendknoop fonteinkruid en teer vederkruid. In de ondiepe zone groeit sinds 1996 weer de moerassmele. En zoals het Twickelblad al eerder meldde verscheen na de plagwerkzaamheden op de heide weer het vetblad en de zeer zeldzame wijdbloeiende rus. In het schraalland bloeit inmiddels de vleeskleurige orchis weer. Niet alle soorten uit 1950 zijn teruggekeerd, waaronder de veenmosorchis, de groenknolorchis, de tweehuizige zegge, enkele trilveenmossen, de moeraswespenorchis, pamassia, gevlekte orchis en welriekende nachtorchis. Beide onderzoekers sluiten niet uit dat deze soorten ook zonder menselijke hulp terugkeren als het huidige beheer in de komende jaren zorgvuldig wordt vervolgd.