pagina 20 zomer 1997

Het erve Klein Oldhofin Zenderen. Foto: J.H. Brinkers, ca. 1980. Het blijkt, dat de meijers om aan de pachtbetaling te voldoen, in de loop van een jaar regelmatig bedragen van enkele guldens tot enkele tientjes bij de rentmeester kwa- men afleveren. Ook zien we, dat dikwijls arbeid werd ver- richt, hetgeen in geldbedragen werd omgerekend en als pachtbetaling werd bijgeschreven. Wagendiensten kwa- men veelvuldig voor, zoals het vervoer van metselstenen, pannen of kalk, zelfs naar Lage. Ook graafwerkzaamheden en tuinarbeid worden regelmatig genoemd. Varkens wer- den nog steeds geleverd en soms ganzen. Verder behoor- den gerst, haver, rogge, hoenders, en vrachten mest of hooi tot de leveranties. Een enkele keer is er sprake van linnen, smaldoek, boter, appels of weefloon. Ook deze produkten werden in geld uitgedrukt en als pacht genoteerd. Zo was een schepel gerst 14 stuivers waard, een schepel rogge 20 stuivers, een jonge hoender 3 stuivers, een voer mest 1 gulden en een voer hooi 10 gul ­ den. V arkens werden naar gewicht betaald. Zo staan er var ­ kens vermeld van 4 gulden en van meer dan 15 gulden. Een lap linnen van 50 ellen leverde 24 gulden op. De genoem- de produkten geven ons tevens een beeld van de gewassen die destijds werden verbouwd. Maken we ook hier weer een vergelijking met de prijzen die volgens Slicher van Bath elders werden gerekend, dan wijken de bedragen die Twickel aan de boeren betaalde hiervan niet veel af. Ze liggen zelfs iets hoger. Betalingen zowel in geld als in natura kwamen overal voor. In Overijssel werd in 1602 slechts 21,4% van de pacht in geld betaald en de rest in natura. Voor het Deldens/Bornse gebied lag de geldbetaling iets hoger, nl. ruim 25% Het aantal runderen rond Zenderen was erg laag, namelijk een tot drie stuks per erf. Wei had ieder erf de beschikking over ongeveer drie paarden-’). Achterstallige betalingen Toch schijnt het nogal eens problemen te hebben opge- leverd om de jaarlijkse pachtsom bijeen te brengen, want dikwijls zien we bedragen vermeld die als aanvulling zijn betaald door het St. Annagasthuis. Op 11 november 1799 waarschuwt Carel George van Wassenaer Obdam alle pachters, dat zij voor de eeuwwis- seling hun achterstallige pacht moeten hebben betaald. Over het restant zal voortaan 2^2 % rente worden gere ­ kend. “Deeze aflossing zal kunnen en moeten geschieden of in Geld, of in Koorn, of in Validatie van Arbeid, of Vrachten. Bij aldien zulks agter blijft zullen van zoodaan- ige Erven de betaalingen ingehaald worden met het Koorn van het Veld, het zelve op Twickel afgedorst, het Stroo worden weder gegeeven, en het Zaad naar Marktprijs vol- daen worden. Alle de Twickelsche Meijers zullen zig hier naar moeten richten, en zulks naarkomen, alzoo de Ondergetekende de Onwillige of Nalatige vast en zeker van de Erven zal afzetten Bij de verdeling van de markegronden in het midden van de vorige eeuw kon Baron Van Heeckeren van Wassenaer zijn bezittingen nog verder uitbreiden en ver- volgens het land weer verpachten. Er werden hertaxaties uitgevoerd en het gevolg was dat de oppervlakte grand per bedrijf toenam en de pachtprijzen per erf vrijwel werden verdubbeld. Ook werd nadien nogal eens grand geruild en de pachtprijzen werden herhaaldelijk aangepast. Toch blijkt steeds weer, dat de pachters en hun gezinnen een armoedig bestaan hadden. Hoewel in de negentiende en twintigste eeuw de pacht vrijwel geheel in geld of arbeid werd betaald en niet meer in produkten, zien we verschil- lende pachters in moeilijkheden komen door te grate ach- terstand in de betalingen. Aan de rentmeesters moet een grate mate van geduld en tact worden toegeschreven. Toch werd een enkele keer de deurwaarder ingeschakeld en werd er met opzegging van de pachtovereenkomst gedreigd. Hartroerende smeekbrieven waren dan vaak het gevolg. Op de erven Klein Nijhof en Groot Olthof hebben tot in deze eeuw de geslachten Nijhof en Olthof gewoond. Het erve Groot Nijhof in 1997. Tekening: J. Hcikstegen. Wanneer we tot slot het kaartje met het huidige Twickelbezit bezien, dan komt daarin wel duidelijk de ern- stige bedreiging van dit landschappelijk en agrarisch zo waardevolle gebied naar voren. Hopelijk blijft dit histori- sche landschap ook in de toekomst gevrij waard van stads- en industriebebouwing. Noten: 1 Huisarchief Twickel inv. nr. 3970 2 id. nr. 4649 3 id. nr. 3400 4 id. nr. 3387 5 Slicher van Bath, B.H., Een samenleving onder spanning, geschiede- nis van liet platteland in Overijssel. 1977. 6 Huisarchief Twickel inv. nr. 3371 7 id. nr. 3404 8 id. nr. 3778 9 id. nr. 3412 10 id. nr. 3382 11 id. nr. 3420 12 id. nr. 3379 13 id. nr. 2806 14 id. nr. 2456 15 id. nr. 2534