Houten speelgoed oud als de weg naa Rome… Tegenwoordig geldt houten speelgoed als zeer verantwoord, maar vroeger was het heel gewoonl Uit archeologische vondsten blijkt dat al in de Romeinse tijd een grote verscheidenheid aan houten speelgoed bestond; hoepels, tollen, jojo’s, speelgoeddieren op wieltjes en prachtig uitgesneden poppen met beweegbare ledematen. En 00k Marie (1855), George (1856) en Rodolphe (1858) van Heeckeren van Wassenaer hadden dit soort houten speelgoed om zich thuis op Twickel te vermaken. Nieuw was het houten croquetspel dat George in 1867 voor zijn lie verjaardag kreeg. Vanaf het midden van de ige eeuw was dit spel voor jong en oud populair en menig ‘partijtje’ werd tijdens de picknick gespeeld op het uitgestrekte groene gazon. George speelde het 00k met zijn nichtje en neefje van Limburg Stirum, toen hij met zijn familie een dagje op bezoek was op de Wiersse. Helaas werd hun spel wreed verstoord door een fikse donderbui, zoals hij in een verslag over deze dag noteerde. Een jaar later schreef hij aan Marie en Rodolphe vanuit het jon- gens internaat in Neuwied: ‘Het is erg eenzaam in een vreemd land. Jullie spelen toch nog wel croquet samen?’ Proppenschieten en timmeren In januari 1865 maakte George naar aanlei- ding van een natuurkundeles een proppen- schieter uit vlierhout. In een opstel beschrijft hij niet alleen hoe een proppen- schieter gemaakt moet worden, maar 00k gaat hij uitvoerig in op de werking ervan. De proppen sneed hij uit stukjes aardap- pel. Helaas is de proppenschieter niet bewaard gebleven. Vlierhout was heel geschikt voor het maken van speelgoed en werd door kinderen 00k veel gebruikt om fluitjes uit te snijden. Met de uitstekend geoutilleerde timmer- kist, voorzien van hamers en spijkers, nijp- tangen, schroefboortjes, meetlat, priem, holbeitel en schaaf, werden George en Rodolphe gestimuleerd met houtbewerking aan de slag te gaan. In de binnenkant van het deksel van de timmerkist is een illustra ­ te geplakt met twee jongens die druk in de weer zijn met zaag en hamer. De afge- beelde penningen werden gebruikt om de timmerkist een verantwoord cachet te geven. Het gebruik van dit soort ‘erepen- ningen kwam in de mode na de eerste Wereldtentoonstelling in Londen in 1851. Op de daaropvolgende Wereldtentoonstel- lingen, werd 00k speelgoed gepresenteerd en soms bekroond met een erepenning. Dit is vergelijkbaar met het uitroepen van het speelgoed van het jaar, zoals we dat tegen ­ woordig nog kennen. Jacob Derk Carel van Heeckeren van Was ­ senaer was regelmatig op reis in het bui- tenland. Misschien heeft hij de timmerkist voor zijn zonen meegenomen na een bezoek aan Londen in het najaar van 1863. Hij kan 00k gekocht zijn in Den Haag bij de speelgoedwinkel van Firma Delhaes, die 00k speelgoed importeerde uit het buiten- land. Uit rekeningen blijkt dat hij een enkele keer opdracht gaf aan een timmerman om speelgoed te maken. Kennelijk was het zo onbelangrijk dat er niet op de rekening werd vermeld wat er precies gemaakt was. Weibliche beschaftigungen. Waarschijnlijk heeft Van Wassenaer tijdens een reis in Duitsland houten speelgoed voor zijn dochter gekocht; een ovalen hou ­ ten doos met Weibliche Beschaftigungen . Twaalf prachtig beschilderde houten Weib- chen zijn druk in de weer met huishoude- lijke Beschaftigungen als; spinnen, was- sen, strijken, handwerken, karnen, koken,