pagina 20 winter 2003

Bebossing vanaf 1760 Doordat veel gegevens in het huisarchief van Twickel bewaard zijn gebleven, kunnen we tegenwoordig de bebossing vanaf 1760 vrij nauwkeurig volgen. Opvolgers van Unico Willem hebben dit werk voortgezet, zij het dat zij dit soms minder nauwkeurig bijhielden, wat natuurlijk van de nauwgezetheid van de rentmeesters afhing. Van belang is ook geweest dat omstreeks het midden van de negentiende eeuw door de markenverdelingen grote hoeveelheden grond beschikbaar kwamen, die voor weinig anders dan bebossing geschikt was. De ‘Registers en staten van gepote bomen en struiken’ ver- melden gegevens over de jaren 1760 tot 1959 2 ). Zo wer- denerbijvoorbeeldin 1761 1260eikentelgen, 600dennen en 60 populieren geplant. Er staat precies aangegeven bij welk erf deze zijn gepoot. In de jaren daama vinden we verder hoeveel spint (= 1/50 ha.) met eiken, dennen en beuken ingezaaid werd en bij welk erf dit geschiedde. Ook staat genoteerd in welk jaar een bepaald perceel akker- maalshout ‘moest vallen’, dus gerooid zou worden. Akkermaalshout, dat wellicht werd gebruikt als afschei- ding in de tijd dat er nog geen prikkeldraad bestond, werd om de negen a tien jaar ‘gehouwen’. Uit de diverse bronnen kunnen we voor de tijd van Unico Willem de volgende aanplant vaststellen: 1761 1762 1763 1764 1765 1766 1767 eiken 1260 1156 1346 603 450 109 dennen 600 580 populieren 60 1148 1030 In 1766 overleed graaf Unico Willem. Vanaf dat moment worden niet alle jaargegevens genoteerd. Ook vinden we aantekeningen over het zaaien van diverse bomen 3 ) . Zo werden in 1791 gezaaid: lariks, accacia, linde en in 1793 grove den, pietia, haagdoorn, wijnmoeraspijn, lariks, haagbeuk, wilde en tamme kas- tanje, hulst, esdoom, castanje guina en gouden regen. Eveneens vinden we aantekeningen over wat er gekapt werd. De met eiken en dennen beplante Twickelerlaan. Detail uit de kaart van Hartmeijer, 17 Foto: Collectie Huisarchief Twickel. Vanaf 1840 werden de gegevens weer zeer nauwkeurig genoteerd. Zowel de aantallen van elke soort die geplant werd als de plaats hiervan. Het aantal eikentelgen lag tus- sen 117 (1861) en 1265 (1849), het aantal beuken tussen 8 (1840) en 11523 (1860). Dat laatste aantal is uitzonderlijk hoog. In de meeste jaren bedroeg het enkele honderden. Er werden wel enorme aantallen dennen geplant: van 12663 (1840) tot 293000 (1859). Dit laatste aantal besloeg een oppervlakte van 15 a 30 ha. bos. In de periode tussen 1848 en 1863 zijn ongeveer 22 miljoen dennen aangeplant. Ook het aantal geplante elzen en berken bedroeg vele duizenden per jaar. Andere soorten die worden genoemd, zij het in veel kleinere aantallen, zijn: iepen, populieren, wilgen, lariksen, essen en abelen. Twickelerlaan Woeste gronden Over de periode 1793-1840 zijn de gegevens summier. Per jaar werden toen enkele honderden tot 6074 (in 1827) eikentelgen geplant. Ook weten we uit diezelfde gegevens dat de eiken in de Twickelerlaan, die in de laatste jaren reeds gedeeltelijk zijn vervangen, uit 1776 stammen. Er werden toen 155 eiken en 155 dennen geplant. Over de plaats van planten wordt vermeld: ‘De Groote Allee dwars voor ‘t huijs, beginnende bij het eerste middelhek en lopende tot aan den hoek van ‘t land van Berghuijs’. Op zijn in 1794 vervaardigde kaart tekende Hartmeijer deze bomen om en om. De allereerste beplanting van de ‘Twickel Allee’ dateerde echter al van 1684. De bomen werden toen dus al na bijna honderd jaar gerooid. In 1852 zijn er weer 31 eiken bijgeplant. De enorme aantallen zijn voor een belangrijk deel het gevolg van het beschikbaar komen van grote oppervlakten woeste grond door de markenverdelingen rond 1850. Voor een deel werden deze gronden ontgonnen tot landbouw- grond, maar een groot deel werd met bos beplant. Gronden die men voor geen van beide geschikt achtte of waar men niet aan toe kwam, zijn blij ven liggen. Deze zijn in de loop der jaren spontaan begroeid met bos. De natte percelen met vennen noemen we nu natuurterreinen. Mooie voor- beelden hiervan zijn het Vorgersveld en het Schijvenveld. Het Hellecaterveld is een spontaan ontstaan bos, niet erg oud, maar wel zonderinvloed van de mens ontstaan. Dat is in ons land erg zeldzaam. Deze percelen hebben thans een op de natuur gerichte functie.