pagina 20 najaar 2011

Paddenstoelen tellert in de berm In het najaar kunnen liefhebbers van paddenstoelen op Twickel hun hart ophalen. Her en der verspreid over het landgoed staan veel voorkomende maar ook bijzondere soorten schimmels. Op vier plekken worden ze nauwkeurig geteld door vrijwilligers. Met pen en papier in de hand loopt Laurens van Run door een stuk berm van de Crote Looweg. Zijn blik is continu ge- richt op de bodem, op zoek naar padden ­ stoelen tussen het gevallen blad. “Het is geen slechte tijd voor paddenstoelen”, zegt hij met het oog op de natte zomer. Vier keer per jaar, tussen juli en november, bezoekt Van Run dit stuk grond om te signaleren welke paddenstoelsoorten er voorkomen. Bij zijn eerste telling van dit jaar krijgt de gepensioneerde natuurkunde- leraar uit Enschede assistentie van Ineke Bielen uit Oldenzaal en joop de Wit uit Hengelo. Alle drie zijn ze voorzien van fotoappara- tuur, een paddenstoelengids en bakjes om eventueel stukjes paddenstoel mee naar huis te kunnen nemen. “Als we niet precies weten welke soort het is, onderzoeken we thuis een stukje met behulp van de micro ­ scoop. Maar dan nog weten we het soms niet." Ineke Bielen hanteert daarnaast een kleine spiegel. Als ze bij een paddenstoel hurkt, steekt ze het spiegeltje onder de hoed van de paddenstoel. Paddenstoelen meetnet Van Run, Bielen en De Wit zijn amateur- mycologen (onderzoekers van padden ­ stoelen en zwammen) en aangesloten bij de Nederlandse Mycologische Vereniging. Deze vereniging organiseert in samenwer- king met het Centraal Bureau voor de Statistiek het paddenstoelenmeetnet. Overal in het land liggen stroken berm van 500 vierkante meter of stukken bos van 1000 vierkante meter. De stroken zijn alleen op zandgrond gelegen, wat betekent dat er veel in het oosten van het land lig ­ gen. Vrijwilligers houden jaar na jaar nauw- gezet bij welke van de 110 geselecteerde paddenstoelsoorten er in welke aantallen voorkomen. De registratie gebeurt in op- dracht van het Ministerie van LNV die met dit project de kwaliteit van bos wil monito- ren. Paddenstoelen worden gezien als belangrijke indicatoren. Twickel telt vier van dergelijke meetpunten, waarvan Van Parelamaniet. Run ertwee bijhoudt. Behalve bij de Crote Looweg registreert Van Run ook de pad ­ denstoelen in een berm van de Hamsweg. “Ik heb een fascinatie voor paddenstoelen. Op die manier kan ik mijn kennis ten dien- ste stellen van de samenleving.” De ande- re meetpunten liggen in bermen van de weg Borne-Delden en het Bornsevoetpad. Gewoon varkensoor Het stuk berm langs de Crote Looweg is min of meer willekeurig gekozen. Een schuine boom en een boom met een inker- ving fungeren als begin en eindpunt, zodat Van Run zich niet vergist. Hij heeft dit zelf voorgedragen als meetpunt. Dat was in 2007, nadat hij hier het Gewoon var ­ kensoor had aangetroffen. De hoop is dat hij deze bijzondere paddenstoelsoort ook nu ziet. “Kijk uit”, zegt hij tegen Ineke Bielen die iets verderop door de berm loopt. “Als er varkensoren zijn dan zitten ze daar bij die kleine beuk.” Op de lijst die hij in de hand heeft, staan de namen van 110 soor ­ ten. Het zijn zogenaamde aandachtsoorten, die bedreigd of kwetsbaar zijn, maar ook algemene, veel voorkomende padden- stoelensoorten. “Er zijn vroege soorten, zoals Cantharel, die nu al opduiken, maar ook soorten die pas later in het najaar op ­ duiken. Daarom tellen we ook meerdere malen per najaar”, verklaart Van Run. 5000 soorten Het is van belang om van steeds dezelfde meetpunten jaar-in-jaar-uit op dezelfde wijze informatie over de geselecteerde paddenstoelen te vergaren. Hoe langer de Gewoon varkensoor (Onotica ontidea) in 2007 gefotografeerd in Twickel.