pagina 20 herfst 2000

Readies van lezers Natuur- herinneringen Als oud Twentenaar is het altijd plezierig middels het Twickelblad weer eens iets van vroeger op natuurgebied te vememen. Hele- maal interessant wordt het als fami- lieleden en kennissen daarin genoemd worden. Inmiddels is het ook voor mij al zo halve eeuw geleden, maar het staat me allemaal nog heel helder voor de geest. Waar blijft de tijd! Gedurende de oorlogsperiode verbleven we, zeker in de weeken- den, vanwege de vele bombarde- menten op Hengelo, vaak bij familie in Delden. En het laatste half jaar van de oorlog tot en met de bevrij- ding verbleven we er zelfs continu bij mijn oom Frans en tante Nella en dochter Alda aan de Zuiderhagen. Het waren bijzonder sociaalvoelen- de mensen en niets was hun te veel. Wij zaten daar tenslotte met zeven- tien evacuees in een huis, en vlak dat niet uit in zo barre periode. In diezelfde periode heb ik kennis- gemaakt met de heer Herman Schweigmann, vriend van mijn vader, die ook vogel- liefhebber was. Met hem ben ik veel op pad geweest en ik heb veel van hem geleerd. Hij had als liefheb- ber echter een geweldi- ge handicap; hij was nogal doof. Kilometers hebben wij gewandeld en gefietst. De wande- lingen begonnen meestal al in Delden zelf langs de vele tuin- tjes en heggen waar zich allerlei vogels ophielden, zoals bonte vliegenvanger, kneu, gekraagde roodstaart en nachtegaal. Ik vergeet nooit hoe hij mij voor het eerst op appelvinken attent maakte. Ook de ken- nismaking met de eer- ste nachtzwaluw ver ­ geet ik nooit. Herman Schweigmann had weer kennis aan een valkenier, die De Jonge heette en in de buurt van Azelo woonde. Deze had het nest gevonden van de nachtzwaluw en gemerkt met een stokje om het terug te kunnen vinden als de vogel er op zat. "Kijk", zei de valkenier, "daar zit hij", maar ik zag niets. "Daar naast dat paaltje", ver- rek ja, even zag ik de contouren van een plat op zijn buik gedrukte vogel op het moment dat hij zijn spleet- ogen iets open deed. Ik keek even naar een van mijn begeleiders, daar- na weer naar de nachtzwaluw, maar ik was hem kwijt, zo goed gecamou- fleerd was het beest. Een patrijs en een houtsnip zijn ook prachtig gete- kend, maar qua camouflage wint de nachtzwaluw het. Zo kreeg je als jongen het natuur- gebeuren met de paplepel naar bin- nen gegoten. Zondags herinner ik me, in de zomerdag, ging ik drie keer met mijn vader op stap in de omgeving van Delden. Eerst morgens na de Hei- lige mis, vervolgens middags en dan nog eens na het avondeten. Niets ontging hem, prenten van reeen, vogelnestjes, uileballen, veertjes, het gehele repertoire. De korhanenbals maakte ik samen De nachtzwaluw. Foto: K. Bos met m’n vader voor het eerst mee in hetHaaksbergerveenin 1946 bij een jachtopzichter van de familie Jan- nink. Samengepropt in een loerhut gesitueerd in een drinkput voor het vee in een weiland, gelegen naast een groot heideveld. De hanen bal- sten random de hut op drie meter afstand in de opkomende zon door het berijpte gras. Indrukken om nooit te vergeten! In de oorlog heb ik ze ook nog gegeten. Ze waren afkomstig van mijn Heerom Hein uit Boekelo, die in die tijd Weervenne 1 bezat in Bentelo. Aan tafel liet mijn vader zien, dat korren twee soorten vlees hadden, namelijk licht en donker, wanneer je ze in de lengte doorsnijdt. Het is helaas bijna over en uit met deze dieren en wij moeten het doen met de prachtige herinneringen. De nachtzwaluw op de bijgaande foto is afkomstig van de heer Kees Bos (preparateur, schilder, filmer, beeldhouwer) gemaakt in de omge ­ ving van de Holterberg, waar zich ook de laatste korren van Nederland bevinden, nog zo 35 stuks. Paul Schneider