pagina 19 winter 2008

Boven de ingang van de linker ijskelder bevond zich eertijds een sluitsteentje met daarop het jaartal 1906. Was dit een restau- ratie of aanpassing? DeTwickeljournalen uit die tijd geven tot op heden geen ophelde- ring. In 1990 werden de beide toegangs- portalen met de deuren naar de ijskelders gerestaureerd. Een combinatie van twee ijskelders onder een kunstmatige heuvel is uniek in Neder ­ land. De ijskelder op de plankaart van D.C. Hartmeyer uit 1794 is niet meer in het park te traceren. Uitvoering De beide ijskelders van Twickel hebben een ronde plattegrond met een bakstenen koe- pelgewelf. De linker kelder heeft een diameter van 404 cm en is vanaf de vulopening in het koepel- gewelf395 cm diep. Het toegangsportaal is 234 cm lang, 105 cm breed en 200 cm hoog en heeft een tongewelf. De vloer is afge- werkt met klinkers. Het toegangsportaal bestaat uit drie compartimenten die elk zijn afgesloten met houtendeuren. De muren zijn 32 cm dik. De rechter kelder heeft een diameter van 400 cm en is vanaf de vulopening in het koepelgewelf 400 cm diep. Het toegangs ­ portaal heeft een lengte van 424 cm en heeft, gelijk het linker portaal, drie compar ­ timenten voorzien van houten deuren 2) . Uit een aantekening van de vroegere rent- meester Ir. C. Brunt blijkt dat de beide ijs ­ kelders in 1954 zijn schoongemaakt. Bij het schoonmaken werden op de bodem de giet- ijzeren verbindingpijpen verwijderd die zorgden voor de afvoer van het smeltwater. Ook de rechtopstaande takkenbossen op de bodem van de kelders werden verwijderd. Daarmee verloren de beide ijskelders hun oorspronkelijke functie. Nu hebben de vleer- muizen er hun onderkomen. Als daghuurder op Twickel Jhr. F.W.W.H. van Coeverden (1890-1965) verbleef omstreeks 1910 een jaar als dag ­ huurder op het landgoed Twickel. In 1934 beschrijft hij die periode zo aardig in zijn onvolprezen ‘Schetsen uitTwenthe’s verle- den’ uit 1934. Over zijn werk bij de ijskelder schrijft Van Coeverden: ‘Op een maandagmorgen commandeerde de hoofdbaas dat het ijs in den kelder geborgen Restauratie in juni 1990. Beide ijskelders. Oktober 2008. moest worden. Het weer was goed, en het ijs van een behoorlijke dikte. Baas Ter Boo verhief zijn stem , een ‘alloo jongs noar ieskelder was vol- doende om de groote groep in beweging te bren- gen. Het was knapjes koud en de arbeiders ver- langden om aan het werk te gaan. Haken, met zeer lange stelen werden voor den dag gehaald, verder hamers en bijlen en een groot aantal manden. Na het vullen van de manden met ijs werden ze naar de ijskelder gedragen. Daaraan- gekomen opende de baas de noodige deuren van de ijskelder. Een der oudste arbeiders werd met een pak kaarsen den ijskelder ingestuurd. Met een walmende kaars in de hand, daalde hij lang- zaam in het onderaardsche hoi af. Regelmatig 1) Ijskelders, koeltechnieker vanweleer, 1981. A.W. Reinink en J.C. Vermeulen. 2) De opmeting en de tekening zijn vervaardigd in 1977 door Felix Buijtendijk. plofie het ijs in de donkere ruimte. Den geheelen morgen ging het aan een stuk door en tegen de middag was reeds een fink dee! van den ijskelder gevuld. Middags tegen een uur of half drie waren de kelders gevuld. De ijscampagne was achter de rug. Helmig Kleerebezem