pagina 19 winter 2004

Sicco van Goslinga (1664-1731) Sicco van Goslinga en zijn vrouw Johannetta Isabella thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, geportretteerd in de trant van L. Volders. Collectie: Stichting Twickel. De uit Friesland afkomstige Dodonea Lucia van Goslinga was de vierde dochter van het echtpaar Van Goslinga – Thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg. Van hun vijf kinderen, alien dochters. is Dodonea de enige geweest die zelf ook kinderen voort bracht. Het huwelijk tussen Sicco van Goslinga en Johannetta Isabella thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, erf- vrouwe van Ameland, werd voltrokken in het oude stamslot van het geslacht Cammingha in het Amelandse Ballum. Vader Sicco genoot veel aanzien. Hij onderhield con- tacten met bekende personen in binnen- en buitenland. Het omvangrijke archief dat hieruit ontstaan is, vererf- de op zijn schoonzoon Unico Wilhelm, die de stukken secuurbewaard heeft. De loopbaan van Sicco van Goslinga begon in Friesland, maar al snel werd hij benoemd tot gecom- mitteerde ter Staten-Generaal en tot lid van de Raad van State. In de tegen Frankrijk gevoerde Spaanse Successie Oorlog (1702 – 1713) trad Van Goslinga op als Gedeputeerde te Velde namens de Staten-Generaal. Als zodanig wordt hij beschreven in het standaardwerk van Winston Churchill over zijn voorouder de Engelse opperbevelhebber en eerste hertog van Marlborough: “Op de slagvelden stortte Goslinga zich steeds in het heetst van het gevecht. Hij galoppeerde naar alle bedreigde punten In de grote veldslag bij Malplaquet (1709) werd zijn paard onder hem wegge- schoten, terwijl links en rechts zijn medestrijders sneu- velden. Tegen het einde van de oorlog nam Van Goslinga deel aan de vredesbesprekingen in Utrecht, waarna hij naar Parijs werd gezonden om de diplomatieke betrekkin- gen met Frankrijk te herstellen. Volgens een anecdote kreeg hij hier te horen dat enkele brieven aan zijn vriend Van Burmania onderschept waren, maar alle pogingen om het geheimschrift te ontcijferen hadden gefaald. Lachend zou hij toen geantwoord hebben: “Der wie gjin kaei fan” (er was geen sleutel van). In het Huisarchief Twickel bevindt inderdaad een brief van Van Goslinga aan Burmania in het Fries: (H.A.T. 924/3, Lille, 17 november 1708). In de Franse aanhef daarvan legt Van Goslinga uit dat de vijanden de post onderscheppen, reden waarom hij overgaat op de afge- sproken code. De brief wordt daama voortgezet in het Fries. Zoals Goslinga’s biograaf G.M. Slothouwercon- cludeert moet dit in Parijs onverstaanbaar zijn geweest: welke galante hoveling zou in ‘het wijf oersea de koningin van Engeland hebben gezien? Aafke Brunt