pagina 19 najaar 2010

!9 u JAARGANG I9 NAJAAR 2010 Twickel jfc Twickel ausi siaaja**® , par U -im. r .»• OttU . OWuff Jl ^T Akte van benoeming door koning Willem III van J.D.C. van Heeckeren tot ridder in de Orde van de Gouden Leeuw. Met decoratie, r862. Wat daar gebeurde, is te lezen in een brief die de gouverneur de volgende dag van de burgemeester kreeg. ‘Alleen de innige hartelijkheid en deelneming mij gister- avond door alle standen van Deldens in- gezetenen betoond’, kraste hij met inge- houden woede op zijn briefpapier, enigszins kunnen vergoeden het smartelijk gevoel van op den Huize Twickel als het ware ter deure te zijn uitgewezen, terwijl bij eenen vroegere bezorging Uwer missive mij voorzeker eene hoogst onaangename bejegening zoude zijn bespaard.’ Ook die brief werd de opstandige burge ­ meester niet in dank afgenomen. Er volgde korte tijd later een gesprek tussen beide heren waarin de burgemeester werd ver- zochtzijn excuses aan te bieden. Dat deed hij in een brief vol deerniswekkende zelf- vernedering die wel in heel scherp contrast stond met de gekrenkte trots waarvan zijn eerdere epistels blijk gaven. Zo lagen nu eenmaal de verhoudingen. De affaire betekende het einde van zijn loopbaan in Delden. De gouverneur wist dat het tussen de baron van Twickel en de burgemeester nooit meer goed zou komen. In mei van hetzelfde jaar kreeg de burgemeester de gouverneur andermaal op bezoek, nu met een gevolg van ambte- naren die zijn boeken kwamen controle- ren. Korte tijd later werd hij met verlof gestuurd en in 1863 moest hij vertrekken. Haast Behalve dat de koning op sommige plaat- sen te vroeg aankwam waardoor de huldi- gingen in het honderd liepen, verliep het bezoek vlekkeloos. Willem III was Twente binnen gekomen bij Hancate tussen Hellendoorn en Ommen. Na de nacht doorgebracht te hebben bij burgemeester Robert Campbell van Hellendoorn, tevens agent van de Nederlandsche Handel-Maat- schappij, bezocht hij de volgende morgen de stoomspinnerij van de gebroeders Salomonson in Nijverdal. In de loop van de dag vertrok hij naar Delden. ’s Woensdags stond een bezoek aan Almelo (Ambt en Stad) op het programma en donderdag aan Hengelo, Oldenzaal en Enschede. Vrijdag vertrok hij vanuit Twickel naar Deventer en ’s avonds laat was hij terug in paleis Het Loo in Apeldoorn. In alle gemeenten viel de koning een ovatio- nele hulde ten deel, ‘ofschoon men in het algemeen de kortstondigheid van het be ­ zoek van Zijne Majesteit betreurde’, zoals een plaatselijke krant schreef. De koning liet zich van zijn beste kant zien. In Enschede schonk hij aan de arbeiders van elke fabriek een bedrag van honderd gulden. Ook zijn onderdanen lieten zich niet onbetuigd. Zoals de heer L. Pezie in Almelo, deelnemer aan de Tiendaagse Veldtocht naar Belgie in 1831 en dragervan het Metalen Kruis. Op de vraag van Zijne Majesteit of hij nog van dezelfde geestdrift bezield was, antwoordde Pezie: ‘Ja, Uwe Majesteit, nog zijn we bereid ons op den eerste trommelslag weder onder de wa- pens te begeven en ons leven voor Koning en Vaderland te offeren. In het park van Twickel plantte Willlem III een eik. De parkbaas Kluvers had het plantgat gegraven en daarnaast een schep mest neergelegd die de koning in het gat moest werpen. ‘Is dat koeiestront?’ vroeg de koning aan Kluvers toen de ceremonie een aanvang nam. Dat was het inderdaad. Alleen de koning het woord strontte horen uitspreken, schokte Kluvers zo hevig dat hij het verhaal daarna nog vele malen in familiekring heeft verteld. In het kasteel verleende de koning zijn opperstalmeester een hoge onderscheiding. Als groothertog van Luxemburg benoemde hij baron Van Heeckeren tot ridder in de Orde van de Gouden Leeuw van het huis Nassau. Veel geluk bracht het bezoek Twente niet. De koning was nog niet vertrokken of een stadsbrand in Enschede legde een groot deel van de lokale textielindustrie in de as. De koning zelf bevond zich intussen, samen met baron Van Heeckeren, in Parijs om te bekomen van de vermoeienissen van het bezoek. Hij kwam wel vaker in de Franse hoofdstad, net als zijn opperstalmeester overigens. Daarvond hij het vertier dat zijn vaderland hem niet kon bieden. De door koning Willem III geplante eik in het huispark.