pagina 19 najaar 2008

Twickels verleden’ gehouden in hettot expo- sitieruimte omgebouwde koetshuis op het voorplein van Twickel. De opening werd ver- richt door bestuurslid en latere voorzitter van de Stichting, Jhr. Mr. C.F. Boreel en werd afgesloten door graaf Chr. zu Castell Rudenhausen. In overleg met rentmeester Brunt en het Stichtingsbestuur werd beslo- ten dat de werkgroep om de drie k vier aar een tentoonstelling zou gaan organiseren, waarbij dan een tipje van de sluier zou worden opgelicht van de geschiedenis van kasteel en landgoed. Tentoonstelling na tentoonstelling De samenstelling van de werkgroep werd geleidelijk uitgebreid. Het hechte Twickelse vriendenteam bestond vanaf 1984 uit Barbara Leyssius, Lucie Hakstegen, Aafke Brunt, Christiaan zu Castell Rudenhausen, Theo van Winsen, Cijs van Driem, Hans Meijling, Helmig Kleerebezem en natuurlijk Harm Rouwhorst. De contacten van Harm met Twickel worden langzamerhand steeds heviger. Door zijn technische activiteiten binnen Twickel is de samenwerking met de mede- werkers van Twickel optimaal. Hij voelt zich daarbij als een vis in het water. Aan de vooravond van dit interview, de volgende dag gaat hij met vakantie, beginnen zijn ogen te tintelen. De expositie ‘Twickelse Heren hun Koetsen en Kleren’ van juni t/m augustus 1985 wordt aangetipt. Deze ten ­ toonstelling werd gehouden naar aanlei- ding van het gereedkomen van de restau- ratie van Twickels rechter bouwhuis. Harm kan zich nog goed herinneren dat bij het samenstellen van de tentoonstelling 00k mevrouw Soetendal , beheerster van het kasteel en stichtingsvoorzitter J.B. van Heek actief waren betrokken. Nicolaas Conijn adviseerde de commissie met zijn kennis over koetsen en paardentuigen. De expositie trok belangstelling uit binnen- en buitenland. Op de valreep van de defini- tieve sluitingsdatum werd nog de 20.000 bezoeker gehuldigd. Ondertussen was de naam veranderd in ‘Werkgroep Historie Twickel.’ Harm kijkt met plezier terug op een andere tentoonstelling in 1989: Twickels Drietal, spelen, leren en studeren van 1855 tot 1891.’ Het was een tentoonstelling van grootse allure en schitterend uitgewerkt door onze onvolprezen tentoonstellings- vormgever Theo van Winsen. Stijlvolle informatiebladen begeleidden deze ten ­ toonstelling. De commissie kreeg de schrik van haar leven toen in een nacht van zaterdag op zon- dag een deel van het plafond in de Oranjerie naar beneden was gekomen. Er werd groot alarm geslagen. Een aantal opgeroepen commissieleden kwam met spoed naarde plek des onheils. Een paar uur later moest de tentoonstelling weer opengaan voor het publiek. Samenwerking was 00k hier weer het sleutelwoord. De schade bleef gelukkig beperkt. Verbonden met traditie Als de commissie vergaderde in huize Rouwhorst serveerde moeder Rouwhorst de koffie met eigengemaakte koek. De koffie- bonen werden nog altijd handmatig gemaald met de molen tussen haar knieen. Ook na haar overlijden werd deze ‘traditie’ voort- gezet door Harm. Toen het huis bij de watertoren in 1971 werd betrokken door moeder, Derk en Harm was de sfeer van Twickel nog waarneembaar. De jager, chauffeur van de Barones, had hier met zijn gezin jaren gewoond en was net verhuisd. Na de opheffing van de ‘Werkgroep Historie Twickel’ bleef Harm als oproepvrijwilliger verbonden met Twickel. Voor hem gelden zeker de woorden van dominee Samberg: “In de verbondenheid met Twickel is het voor ons goed leven.” Helmig Kleerebezem Harm voor zijn huis aan de Watertorenstraat. De sluiting van de tentoonstelling ‘Twickels Drietal’ met een driespraak tot de genodigden door Hans Meijling (I), Christian zu Castell Rudenhausen (m), en Helmig Kleerebezem (r).