pagina 19 herfst 2004

mijn Twickel De kleine barones Behalve de kleine stokoude barones en een handjevol verontrusten, lag niemand er wakker van toen daags na Sinterklaas 1972 de eerste autokaravaan langs de verkeer- de kant van Delden daverde, dwars door het eeuwenoude grensgebied tussen de kleine stad en Twickel. Delden stak zelfs de vlag uit. Nu is er, ruim dertig jaar na dato, een werkelijk schitterende brochure verschenen met een krachtig pleidooi voor het herstel van de verbroken verbinding tussen het kwekwestadje en het nabije landgoed. Het is een prijzenswaardig initiatief van de Stichting Twickel, met ondersteuning van de Provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente. Toen ik het fraaie drukwerk in handen kreeg, gingen mijn gedachten terug naar die gedenkwaardige septembermorgen in 1967, toen ik met het eerste exemplaar van mijn fotoboek ‘Schaduw van Twickel’ over de ophaalbrug liep, op weg naaar de 88-jarige barones Marie van Heeckeren. De ontmoeting met de kleine kasteelvrouw was een onvergetelijk hoogte- punt in mijn leven, een kostbaar uur waarvan ik mij nagenoeg alles nog herinner. Ik was niet alleen die morgen: het jongetje van vroeger dat soms boos was op zijn moeder en verongelukt wegliep van huis, altijd richting kasteel, vergezelde mij. Want veel meer dan de vijfenveertiger die ik was, voelde ik mij de jongen van toen, die alle geheimen van het Twickelse bos kende, er bijna dagelijks rondzwierf en nooit uitgekeken raakte op dat mysteri- euze, zwijgendeenontoegankelij- ke kasteel in de verte, maar slechts kon gissen naar de werkelijkheid binnen die oude muren. En opeeens gingen alle kasteeldeuren voor mij open. Ongelooflijk. De butler stond mij al op te wachten. Het kasteel ademde een sfeer van tijdloosheid. De zestiende en de twintigste eeuw speelden zich er tegelijk af. Wat mij het meest opviel was de huiselijkheid. Overal vlamden feestelijke boe- ketten chrysanten in het lage najaarslicht en tikten klokken de tijd weg. Van plechtstatigheid en steriel formalisme geen spoor. Dat mysterieuze kasteel kwam opeens heel dichtbij. Kunst en kitsch, mooi en lelijk, prullaria en kost- baarheden, elke vierkante meter getuigde ervan. Ik voelde mij er meteen thuis en nog meer op mijn gemak dan ik al was, toen de baro ­ nes mij begroette, vriendelijk, eenvoudig en bescheiden. Mij trof haar echtheid. Ze had iets heel natuurlijks. Staatsie en pompa waren haar vreemd. Ze zei weinig en wat ze zei was doordrenkt van zorg om de toekomst van Twickel. Ik vertelde haar over mijn Deldense jeugd, van mijn liefde voor Twickel en mijn intense belangstelling voor de eeuwenoude geschiedenis van het met Delden vergroeide kasteeldomein. Dat schiep een sfeer van vertrouwen. Ik zat naast haar op een met rode velours beklede canape alsof het nooit anders was. Toen haar ogen over de omslag- foto gleden van mijn ‘Schaduw van Twickel’, met het schip en de toren van de Oude Kerk, de Noorderhagen, de volkstuintjes, de weilandjes, de bonenstaken en de smalle klinkerweg die vanuit de richting Borne met een laatste bocht als Marktstraat in het stadje verdwijnt, zei ze: “Die mooie foto is binnenkort een oude ansichtkaart, meneer Haverkate, want daar komt de rondweg.” Toen ze dat gezegd had, keek ze over haar schouder naar het geschil- derde portret van haar in 1936 overleden echtgenoot, baron Van Heeckeren, dat achter haar tegen de muur hing. Met grote beslistheid hoorde ik haar zeggen: “Als mijn man nog geleefd had, zou die weg door het kasteelpark er nooit zijn gekomen”. Herman Haverkate sr.