pagina 19 herfst 1992

We zien daarop de voorgevel van het kasteel met de hoektoren in de toestand van na 1727 gezien vanaf het punt op de centrale as aan de rand van het Twickelerbos. Tevens zien we de verdiept gelegen zich verbredende hoofdas, te midden van een zeer rijke tuin- aanleg met taluds met barokke cascades of watervallen, afgewisseld met tuinvazen waarin spuitende fonteinen. Het geheel wordt afgegrensd door hoge hagen en laan- beplanting. Het zijn elementen die Marot veelvuldig toepaste. Deze schildering zou dus een ’vertaling’ van het verloren gegane ontwerp van Marot kunnen zijn geweest, waarbij niet onmogelijk is, dat het ook daadwerkelijk is uitgevoerd geweest. Im- mers in de rentmeesterrekeningen uit 1704 en 1705 vinden we posten voor het maken van cascades en fonteinen (11). Door de situering van de moestuin naast de hoofdas en de direct daarachter gelegen evenwijdig aan de Twickelerlaan gesitueerde laan, pal tegenover het kasteel, bleef het wijdse effect van de centrale zichtas beperkt (12). (1) RAO, Hss VORG inv.nr. 863. (2) Deventer, St ads- en Atheneumbibliotheek, Hs. II 35. (3) Delden, Huisarchief Twickel, inv.nr. 2880. (4) L.H.M. Olde Meierink, Monumenten van Losser deel I, Losser 1980, 145. (5) Zie M.D. Ozinga, Daniel Marot, de schep- per van den Hollandschen Lodewijk XIV- stijl, Amsterdam 1938, 153-161; L.J. van der Klooster, Marot en de graaf van Wassenaer Obdam ’ – Rondom een brief van 1711, in Bulletin KNOB 74 (1975), 135-143. (6) B. Olde Meierink, De receptie van het Hollands-Classicisme bij de Adel in Overijs- sel, II (ongepubliceerde doctoraalscriptie). (7) B. Olde Meierink, De Gildehauser steen- houwersfamilie Hagen, Jaarboek Monu- mentenzorg 1991. (8) Zie Klerenbezem, bouwhuizen door de eeuwen heen’ Twickel-bulletin 20 (1985), nr. 2. (9) Huisarchief Twickel inv.nr. 2485/3. (10) Zie voor deze schildering de achterkaft van deze brochure. (11) Huisarchief Twickel inv.nrs. 2482/3 en 2482/4. (12) Zie voor de tuinen vooral: M.G.E.B. Jan ­ sen, Twickel te Ambt Delden, 2 din (Bij gen tot het bronnenonderzoek naar de ontwikkeling van Nederlandsche tuinen, parken en buitenplaatsen 21) Zeist 1988. Besluit Ondanks hetgeen Abraham de Haen schreef over het ’in luisterrijken staet’ brengen van Twickel, heeft Unico Wilhelm van Wasse ­ naer slechts weinig aan het kasteel veran- derd. Zijn vader Jacob had Twickel in Unico Wilhelms jeugd nog sterk uitgebreid en gemoderniseerd, waardoor de noodzaak zich niet zo aandiende. Ook de veranderingen aan de tuinen zullen door zijn vader Jacob zijn geinitieerd, waar- voor deze Daniel Marot had aangetrokken. Unico Wilhelm van Wassenaer liet wel de bijgebouwen vernieuwen, maar dit past, evenals het aanleggen van een goede pacht- administratie en het in kaart laten brengen van het gehele landgoed, in zijn streven om het beheer van het ver van Den Haag verwij- derd gelegen landgoed te optimaliseren. B. Olde Meierink 1 | i» tyv r m r ■ ,?i. Kasteel Twickel voorzijde, 1729. Gewassen pentekening Abraham de Haen. Kasteel Twickel. Foto: John Mulder Enschede. * * * ♦ «■ f <" ♦ ■ ♦ « «? #> ? ♦ « ««««»< it #i • » m * m * i Plattegrond van kasteel Twickel, situatie omstreeks 1700.