pagina 18 voorjaar 2008

I V *5 T" • yJL S –>i ■ dentil,/, ^ 1 r JSTp> 90 y,lww*Zs fx*M 1 ^„4. $..» 1^*2 – *- • / “‘ir? ■*-"* *^4*3 ;■ 2u,^-i.v„ l Jo y ,a.Jv ■"” -f ‘* •/<, p * 7" " v 7 > — n. l-.~vfr-,^ A «fcv>n *-»-. />/ „ IX/MAj*, px. ^ ^ ^~wV4..> ^ -^T 4, * ->- f^yh -»yX .~V^U- C – JS**“ *>— ** *-^*y Jf t**‘H 3 ,.„u. ,^4> w V ’~ t U ~ > " ] f ~#~ J *~~- p ,^Cci t *r-?y^4 yxs ;W4w<w ^ £>tvO fc X/- ).Jt>^ x “)✓ l»^,s4— ^&y -/»—K-,. «•»! £52^ ,., ufC. 3#= &*. – < ^«rif > «A* I^w’p 3~-*: ,{l<..* jP-^ *- ° .-1. , . a- > r- />**-•« – – / r…. .., .,….,‘err* j -;%** ,•£.«- -X ,.?….. 4 *~ • , 5^* a*~s -.- . **?1 ^ – –5-^ 7 * W *^k v-ii^ j^ 1 * *-* j**A ^ J ^( %*»**■-. | ’ u ‘5« /t< C» 5^,-J ’* 1 ^i » • ~i 1 •■* 1 *■ ^ "ai if ~t ^ * *– ** «9 c< ^ I 04*lC«_«^> K x —• 4> -~ “ – .»» <~-)^>x4^Y r *~ .*> «*.,~ sn.dC««.K-> W* i ,. J (i-Jjij-… .V1VI.- .Ki…- 7 )**!;- !*, ,.,f : * 1 1 ’ ‘^,. …. < f- ■ ■ -. f^r l …_/- .-..i— –‘ ■■f.J .—*- ‘* ^ .^. ^ Op sommige bladzijden heeft Adolf Hendrik zijn tekst zo vaak doorgehaald en verbeterd dat de lezer bet spoor geheel bijster dreigt te raken. Het verwijt dat hij zich op onzedelijke wijze met vrouwen zou hebben ingelaten, weer- legt Adolf Hendrik het meest uitvoerig. ‘Deze roddelaars zijn zonder vrees voor God en zonder geweten. Zij tonen hun god- deloze, onchristelijke en moorddadige inborst door in hun goddeloze geschriften, zowel aan het begin als aan het einde, Gods naam te misbruiken. Meteen gevolgd een andere onchristelijke gruwel, te weten een oproep aan de goede ingezetenen van dit land om mij, die toch al van alle tijde- lijke welvaart is beroofd, uit de wereld te helpen en met allerhande beproefde laster- praatjes te achtervolgen. En dat terwijl eer- der niemand in mijn aanwezigheid op de vergaderingen van de landdag, gevraagd of ongevraagd, 00k maar een woord durfde of wist te zeggen. Ook ontzien zij zich niet om als God zelf rechtte spreken, overleden mensen te ver- oordelen en nog levende mensen als dui- vels te brandmerken. ‘Om mij te treffen gaan zij in hun venijnige haat met hun leugenpraatjes zover dat zij zelfs onschuldige dames, en meer in het algemeen burgemeesters, gemeenteraads- leden en andere vrouwen en dames, niet sparen. Zelfs niet degenen die omwille van de godsdienst en Gods kerk, met gevaar voor hun leven, alle hooggestemde wereldse idealen en belangen achter zich hebben gelaten. Ook niet iemand die een bijzonder teruggetrokken, christelijk en vroom leven leidde, alsmede diens dienst- maagden, omdat hij met hen wegens gods ­ dienst, geweten, christelijke plicht noodza- kelijkerwijs heeft moeten omgaan’. Adolf Hendrik: ‘Evenmin een zekere zeer corpulente dame die ik bij mijn weten nooit eerder had gezien of gesproken en wiens naam ik nooit eerder had gehoord totdat mij deze smaadschriften onder ogen kwamen. Behalve die ene keer toen zij met andere baurtgenoten – ik geloof van het Bergkwartier – in een park of tuin baiten de stad Deventer plezier had- den en ik er voorbij kwam. Ik was even mijn koets uitgestapt om een wandelin- getje te maken, toen ik de vrouwen daar aantrof Zij nodigden me uit om bij hen in de tuin te komen zitten, naarze zei- den, omdat ze mij op die manier wilden bedanken voor het afschaffen van de dubbele maalbelasting die zwaar op hun arme gezinnen drukte. Toen ik na onge- izeer een kwartier weer wilde terugrijden naar de stad, stelde ik aan die ene zwaarlijvige vrouw voor om mee te rij- den, en ook nog aan een andere, als ­ mede aan de andere vrouwen die mij hadden uitgenodigd. ’ ‘Dit is het hele verhaal waarover deze schurken zich verkneukelen en waarmee ze deze vrouwen te kijk zetten. Dat zouden ze Johan I van Raesfelt Johan II van Raesfelt (+ 1648) + 1604 1638 Drost van Twente ■frl Coosen van Raesfelt Adolf Hendrik van Raesfelt Vrede van Munster 1510-1580 1625-1682 1648