pagina 18 najaar 2008

© Twickel MIIN TWICKEL Hij woont al jaren in een Twickelwoning in de schaduw van de watertoren. Als oproep vrijwilUger gee ft hij bij evenementen technische ondersteuning. Met de tentoonstellingscommissie ‘Historie Twickel ontstond in 1980 zijn eerste liefde met het toen nog besloten kasteel. In deze aflevering van ‘Mijn Twickel’ is aan het woord Twickelliefhebber Harm Rouwhorst. “Ik werd geboren in 1949. Met moeder en oudere broer Derk woonden wij tot 1971 op de Molenes aan de rand van het ‘kwekwes- tadje’. Vader, overleden in 1963, kwam vanuit zijn geboorte dorp Rouveen naar Twickel. Als foeragebeheerder kwam hij voor een jaar in dienst bij de Baron en kwam in de kost bij boer Hofstee aan de Twickeler- laan. De boerderij maakt nu onderdeel uit van de ‘Wendelzoele’. Tot op de dag van vandaag wordt een kamer in deze boerderij nog de Rouwhorstkamer genoemd. Moeder, overleden in 1998, kwam samen met het gezin van dominee Samberg in 1928 vanuit Oyen naar Delden. Samberg was toen beroepen als tweede predikant van de Hervormde Gemeente in stad Delden. In Oijen was ze al dienstbode bij de familie. Al gauw kreeg ze de bijnaam van ‘Anneke van de dominee’. Broer Derk, geboren in 1945, schrijft zo aardig over onze jeugd in het Twickelblad 2004, nummer l onder de kop ‘Het ver- dwenen geboortehuis.’” Eerste contact De tentoonstelling ‘De Twickeler Schipvaart: reilen en zeilen van 1772 tot 1856’ in 1980 was zijn eerste contact met het ‘besloten’ kasteel dat ‘droomde’ in het water van de gracht. Deze werd gehouden van mei tot juni en was georganiseerd door de tentoon ­ stellingscommissie van Nut te Delden. Rentmeester Ir. C. Brunt gaf begin 1979 toestemming om deze expositie te houden in de Oranjerie van Twickel. Het historisch onderzoek naar ‘het reilen en zeilen’ deden de dames Barbara Leyssius, Lucie Hakstegen en Greetje van Winsen. Bij de De besloten van Twickel werd werelds Harm bezig met het malen van kojfiebonen. inrichting van de expositie, onder de bezie- lende leiding van Theo van Winsen, was Harm verantwoordelijk voor de technische voorzieningen zoals de verlichting. Helmig Kleerebezem, die al jaren vaste gast was in deze besloten wereld, verleende hand en spandiensten. De tentoonstelling werd feestelijk geopend op 24 mei 1980 door de toenmalige Commissaris der Koningin in Overijssel, mr. J.L.M. Niers. Voorafgaand was er een ontvangst van de genodigden in Hotel Carelshaven. Tentoonstellingscommissie van’t Nut Delden Een jaar later werd van mei tot augustus een bescheiden expositie uit