pagina 18 lente 2005

De Friese goederen en rechten van de familie Van Wassenaer Obdam (II) Aankopen en ondernemerschap In het eerste deel van deze tweedelige serie werd verteld hoe graaf Carel George van Wassenaer Obdam werd verkozen tot grietman van Frankeradeel. Ook zijn bemoeiingen als dijkgraaf van de Vijfdeelsdijken kwamen aan de orde. H et bezit van goederen en rech ­ ten in Friesland bracht met zich mee dat men op Twickel goed op de hoogte bleef van ontwikke- lingen in deze provincie. Graaf Carel heeft in 1778 in Friesland enkele windhonden gekocht, waarvan 6 november ontvangt Sikke Flaagsma 3 gulden en 12 stuivers voor het opzoeken van de weggelopen wind- hond Keijser. Er staat bij vermeld dat de man drie dagen heeft gezocht, maar de hond is dus uiteindelijk gevonden. Uit de rentmeestersrekeningen blijkt Carel George van Wassenaer Obdam kocht in 1798 veertien percelen oranjebomen in het Friese Oranjewoud. Deze werden toegevoegd aan de citrus-collectie voor de oranjerie, die te zien is op deze uitsnede van de kaart van J.H. Hartmeyer uit 1794. Prentencollectie Stichting Twickel. er een tijdens het transport is ontsnapt. B. Fliltjesdam kreeg opdracht om deze hond terug te brengen. Op 23 oktober staat in de rentmeestersrekening een betaling van 5 gulden en 11 stuivers aan Fliltjesdam voor gebruikte verte- ringen in twee reizen naar Zwolle om de verloren windhond Keijser en twee paarden op te halen. Op 3 november staat nogmaals een betaling van 4 gul ­ den vermeld aan Gerrit ten Brinke voor het medebrengen van twee honden. Op ook dat graaf Carel in 1798 op de vei ­ ling van de stadhouderlijke bezitting Oranjewoud in Heereveen veertien percelen, waarschijnlijk veertien stuks, oranjebomen liet kopen. Deze werden per schuit naar Delden ver- voerd, waar de bomen gelost werden in de haven van de Twickelervaart. Voor de drank die na de goede afloop van het karwei werd geschonken, betaalde de graaf een bedrag van 1 gulden en 6 stuivers. Belangen in de scheepvaart De ondememende graaf Carel ver- kreeg een vrij groot belang in de Friese scheepvaart. Van vele kof- en smakschepen die de wateren bevoe- ren, was hij mede-eigenaar. De aan- deelbewijzen bevinden zich in het Huisarchief (H.A.T. 713). Ook kun- nen we in een manuaal over de jaren 1772 – 1783 (H.A.T. 716) de inkom- sten en uitgaven zien van de schepen waarvan hij medereder was. Zo was hij vanaf 1772 voor een vijftiende deel (400 gulden) eigenaar van ‘De Jelmer Tiggelaar’. Dit schip werd in 1781 te Nantes verkocht voor 4800 gulden waarvan hij dus een vijftiende deel ontving. De ‘Sytske Magrieta & Sloterdijk’ was in 1773 voor een zes- endertigste deel zijn eigendom en vanaf 1775 zelfs voor een achttiende deel. Vier jaar later werd dit schip te Amsterdam verkocht voor 8440 gul ­ den. Andere schepen waarvan Carel George mede-eigenaar was, waren: T. Vlek, ‘t Wapen van Friesland, De Juffer Mintje Wiarda, de Arent Anne, De Vrouw Tettje, De Johannes P. Hannema, de Heer Wierd H. Wiarda en nog een schip waarvan de naam niet genoemd wordt. Kof- en smak ­ schepen voeren naar Frankrijk, Engeland en de Oostzee. Ook voeren regelmatig zompen via de Twickelervaart, Regge en Vecht naar Zwolle, vanwaar de producten met andere schepen over het Ijsselmeer naar Friesland werden verscheept. In de rentmeestersrekeningen zijn vele posten te vinden van betalingen aan schippers voor het vervoer van uiteen- lopende goederen, zowel naar Friesland als vanuit Friesland naar Delden. Boshuizen-Gasthuis Dit gasthuis in Leeuwarden was in 1652 gesticht door Anna van Eysinga,