pagina 18 lente 2004

in de ‘Naturalien-rekening’ van 1919. De varkensfokkerij op de Dassehaar was een redelijk winstge- vend bedrijf. De bouw had blijkens het bestek 7.862 gulden gekost. Uit de boekhouding van 1917 blijken ont- vangsten van de Boerderij Twickel van 77.699 gulden, waarvan 22.711 gulden afkomstig van de varkensfok ­ kerij. In hetzelfde jaar zijn de to tale uitgaven van de Twickelboerderijen 32.353 gulden, waarvan de helft aan loonkosten en een kwart aan meststof- fen. De totale uitgaven in het jaar 1918 voorde varkensfokkerij waren 17.497 gulden, waarvan de helft aan voerkos- ten. Andere uitgaven waren het ver- voer naar markten, ‘annonces’ ofwel aankondigingen per ‘velopost’, aan- schaf van dieren, uitgaven aan keur- loon, weegloon en onkosten aan stallen. Importproblemen In Nederland bestond slechts een klein aantal fokkers van het Veredeld Duits Landvarken. Om inteelt tegen te gaan, wil Twickel in 1915 fokberen (mannelijke varkens) importeren uit Duitsland. Dit was toen wegens het gevaar van verspreiding van dierziek- te (mond- en klauwzeer) niet toege- staan. Twickel probeert evenwel een uitzondering te krijgen. Een goede relatie van de baron, jhr. Van Nagell van Ampsen, schrijft in een brief van 29 oktober 1915 dat voor de invoer van varkens voor de fokkerij een ver- zoekschrift ingediend moet worden bij ‘Zijne Excellentie’. Hij schrijft verder dat de Sg (secretaris generaal) steun heeft beloofd bij de minister, die echter een slag om de arm houdt. Op 1 november 1915 dient Twickel het ver- zoek in voor de invoer van drie beren uit Duitsland. Er wordt intussen door Felix Hoesch van het Duitse ‘Rittergut Neukirchen’ in Altmark, een half jaar oude beer aangeboden voor 225 Mark. Foktechnisch inspec- teur De Buisson van het ‘Verband zur Ziichtung des Hannoverschen vere- delten Landschweines’ schrijft aan rentmeester Bitter dat de beste afstam- ming van het Veredeld Duits Landvarken te vinden is in de ‘Arbeiter Colonie Freistatt’ bij Hannover. Deze blijken echter niet beschikbaar. Er worden wel minder fokzuivere dieren aangeboden. Hoesch schrijft vervolgens dat de grens voor varkensvervoer gesloten is en er geen uitleveringsvergunning gegeven kan worden. Een jaar later komt de kwestie weer aan de orde. In augustus 1916 schrijft jhr. Van Nagell van Ampsen dat de baron zich liefst persoonlijk zou moe- ten wenden tot de secretaris generaal van Landbouw, die aan de Prinsengracht in Den Haag woont “.. in het oude huis van Lex van Lynden. Dan is hij gaame bereid te helpen met de varkenskwestie”. Hoesch biedt opnieuw varkens aan en er wordt een tweede verzoek aan het ministerie gericht, ditmaal voor de import van niet drie beren, maar twee beertjes. Om het invoerbezwaar te weerleggen stelt Twickel voor de die ­ ren in Brecklenkamp in quarantaine te plaatsen. Hier heeft Twickel op erve Maatman grand in bezit op deels Nederlands, deels Duits gebied. Het antwoord van het ministerie op 20 februari 1917 is echter afwijzend. In 1918 koopt Twickel een beer voor 210 gulden. De boeken vermelden echter niet waar deze vandaan komt. Pas in 1930 wordt er weer een beer uit Duitsland gei met de naam ‘Helios von Saksen’. Kampioen van Nederland De fokkerij op Twickel wordt lang- zamerhand beroemd. Bekende beren van het Veredeld Duits Land- Vader Willem en zijn zoons Jan en Henk reinigen de varkenstroggen. Fotocollectie: H. Blekkenhorst, ca. 1935.