pagina 20 lente 2003

Bestuurslid Diederik van Wassenaer Ongelooflijke liefde en inzet voor net landgoed In 2000 trad hij toe tot het bestuur van de Stichting Twickel. Diederik van Wassenaer (45), getrouwd en vader van drie kinderen, kent Twickel al uit zijn jeugd. Bestuurslid D.C. van Wassenaer. Foto: Haverkortfotografie, Enschede. S amen met mijn vader ben ik een paar keer op bezoek geweest bij toenmalig rentmeester Brunt. Ik kan mij herinnneren, dat ik toen al onder de indruk was van het prachtige en zeer omvangrijke landgoed.” Ook speelde familiaire nieuwsgierigheid een rol. “Ik ben weliswaar telg uit een andere Van Wassenaer- tak, maar was wel heel benieuwd naar het bezit van de Van Wassenaers op Twickel. Dat was voor mij als bestuurslid natuurlijk ook een geweldige binnenkomer.” Nog steeds is hij onder de indruk van het geweldige bezit. “Twickel is natuurlijk een fantastisch landgoed. Zowel wat betreft natuur en landschap als in cultuur- historisch opzicht. Die combinatie maakt voor mij een bestuursfunctie bijzonder boeiend. Eigenlijk is het een vervulling. Bovendien bijzonder boeiend en interessant naast een hectische baan bij de ING groep.” Als een uitdaging voor het bestuur in de komende periode ziet hij onder meer het zoeken naar oplossingen voor de problemen van de landbouw op het landgoed. het in goede banen leiden van de recreatie en natuurlijk het nadenken over de planologische problemen als gevolg van de oprukkende steden. “Wat betreft de landbouw zien we dat het oorspronke- lijke aantal bedrijven van 150 is gereduceerd naar pakweg 50. De landbouw is niet alleen van economische betekenis voor het landgoed, maar draagt ook in hoge mate bij tot de instandhouding van het cultuurlandschap. Het voortbestaan van deze bedrijven is daarom van cruci- aal belang voor het landgoed. Het probleem is echter dat niet alle cultuurgronden even rendabel zijn. Hoop heeft hij daarom op de vorming -door alle betrokkenen- van een ‘boeren voor natuur’ fonds waaruit de instandhouding door boeren van de -naar schatting 5 procent- voor de landbouw onrendabele cultuurgrond blijvend kan worden gewaarborgd. Een vergoeding die na bepaalde tijd afloopt, ontbeert immers de zekerheid die voor een voortgezette bedrijfsvoering noodzakelijk is. “Nee, ik geloof niet dat de Stichting Twickel zelf land ­ bouw moet gaan bedrijven. Dat kan wel als overbrugging voor een kortere periode voor uit pacht vrijkomende grand, maar uiteindelijk moet je landbouw overlaten aan vakmensen,” aldus Van Wassenaer. De opmkkende stadsuitbreidingen stellen Twickel vaak voor een voldongen feit. “Natuurlijk proberen we het landgoed in z huidige omvang te behouden. Maar soms kun je niet anders dan verkopen. Het geld gebruiken we om te herinvesteren door nieuwe grand aan te kopen. Op deze wijzezijn we erde laatste jaren in geslaagd het land ­ goed telkens iets te laten groeien.” Positief waardeert hij de grate betrokkenheid van de Twentenaren met het landgoed. “Er is in de samenleving een brede basis voor het behoud van het landgoed. Tegelijkertijd zie je ook dat een groot aantal mensen zich vrijwillig voor het landgoed inzet. Naar mijn mening kun je als bestuur niet zonder de steun van veel mensen die mee willen denken over Twickel. Dat geldt ook voor de mensen die op landgoed leven en werken. Uit alles spreekt een ongelooflijke liefde en inzet voor het landgoed.” Wat hem betreft zijn er wel grenzen aan de openstelling van het landgoed. “Als we de prachtige natuur in stand willen houden zijn er ook strenge regels nodig. Niet over- al op het landgoed kunnen mensen vrij hun gang gaan. Wat mij betreft geldt dan zero tolerance. We moeten mensen op besliste maar een vriendelijke manier duidelijk maken dat bepaalde gebieden zijn afgesloten of niet toegankelijk voor bepaalde activiteiten ten behoeve van de bescher- ming van flora en fauna. Ik zie dat de jachtopzieners wat dit betreft uitstekend werk verrichten.”