pagina 18 lente 2001

de Residentie. Op 21 december 1854 schreef Wilterdink aan zijn verloofde “Ik zal de Kerstdagen niet bij U kunnen zijn, en blijf die misschien wel over in de residentie! Zoo lang ben ik hier nog nooit aan een stuk geweest; maar zoo veel en velerlei heb ik ook nog niet te doen gehad. Verbeeld U lieve Annemarie dat ik de twee eerste dagen verdiept heb gezeten in de groote Staatsbegrooting, en dat ik vergelijkingen had te maken en onderzoek te doen naar hetgeen de Ministers van Financien of Binnenl. Zaken, Kolonie en Justitie dit jaar en andere jaren aan de Kamers voorstel- den uit te geven, en of de Minister van Oorlog 10 of 12 miljoen mocht gebruiken! Wat gewigtige zaken, niet waar? Intusschen, ik heb het wel eens aardig gevonden in die zaken eens te werken, en als men de stukken maar heeft, laat zich dit ook wel doen. De Heer v. Tw. is ditmaal voorzitter in eene afdeeling, en had nu daarvoor meer te doen, als wel anders. Gij moet van deze zaken echter maar niet spreken”. Ook moest de rentmeester soms predikanten gaan horen en zijn oor- deel daarover geven als weer eens een predikantsplaats moest worden bezet. De baron had namelijk in Delden het recht van collatie. Personeel J.D.C. baron Van Heeckeren van Wassenaer. Folo: G. Hubers, Hengelo. werkt met de Nederlandse Heide- maatschappij, waarbij een verdeling van taken werd toegepast. De verkoop van hout bleef in handen van de rent ­ meester, terwijl de N.H.M. zorgde voor onderhoud en herbebossing. Houtverkoop geschiedde bij in- schrijving. Jaarlijks stelde de rentmeester zijn financiele verantwoording samen, die dan werd besproken met de eigenaar van het Hof te Dieren. Staatsbegroting Soms kreeg een rentmeester nog een geheel andere taak toebedeeld. Zo moest rentmeester Wilterdink regelmatig met de baron mee naar Den Haag voor allerlei zaken. Baron J.D.C. van Heeckeren was namelijk lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal en verbleef dus nogal eens in Voor de verzorging van het gehele Hof was natuurlijk nogal Het huis op het Hof te Dieren. Op de voorgrond de tuinman. Foto: J.C. Reesinck, Zutphen en Amersfoorr.