pagina 18 herfst 2003

aan binnen het huwelijk en voorkomt ruzie. Deze taakver- deling geldt niet bij burgers die op een boerderij komen wonen en elders hun geld verdienen. De aanduiding ‘voor’ en ‘achter’ zegt niets over de ligging van het erf ten opzich- te van de weg. Ook bij boerderijen met de achterzijde gericht naar de weg, geldt hetzelfde principe. De overgang tussen de twee gebieden is op de boerderij te zien aan de grote ramen met luiken voor in de woning en de kleine ramen en deuren in het bedrijfsgedeelte achter. ‘Voor’ De taakverdeling binnen de boerderij komt tot uiting in de verdeling van het erf. Was de inrichting van het vrou- welijk domein van het erf in eerste instantie alleen ‘nut- tig’, later werd daar ‘sier’ aan toegevoegd. De zichtbare taak van de boerin omvatte onder andere de zorg voor de moestuin en het kleinvee, de verwerking van groenten, fruit en zuivel en de was. Het onderhoud was er intensief, geen onkruid werd er geduld. De moestuin en de boom- gaard werden omgeven door een haag of hek. Met een hekje werd de moestuin afgesloten voor het vee, konijnen of hazen. In de huisweide liep het jongvee onder de hoog- stamvruchtbomen. Na de tweede wereldoorlog werden op het landgoed vele moestuinen en boomgaarden voor een siertuin met gazon ingeruild. Daardoor werd sier belangrijker dan nut en doelmatigheid, maar het onderhoud blijft intensief. In delen van Nederland op de zee- en rivierklei was deze ver- schuiving al rond 1900 begonnen. Het zicht vanuit de omgeving op het voorhuis, de rode pan op het dak, de cremekleurige windveer en de zwart- witte luiken bleef daarbij aanwezig en zou dat ook moeten blijven. Vanaf de jaren tachtig van de 20ste eeuw is de aan- dacht voor de oorspronkelijke erfindeling en beplantings- wijze opnieuw in de belangstelling komen te staan. De achterzijde van het erve Mollinkwoner op de Deldeneresch. Foto. A. Brunt, 1982. Patroon van ‘voor’ en ‘achter’ op een boerenerf. Tekenine: G. Bierema