pagina 18 herfst 2001

Het oerbos als leerschool T n mijn verhaal wil ik uit laten komen, wat ik als beheerder van de bossen van Twickel kan doen met de ervaringen die in de bossen van Bialowieza heb opgedaan. Deze uitgestrekte bossen bestaan uit een strikt reservaat, waar menselijk gebruik is uitgebannen en daarnaast uit een nog groter bosgebied, waar nog steeds hout geproduceerd wordt. Vanuit het verleden was daar net als elders het kaalkap systeem gebruikelijk. Voor een bosbouwer is dit een vertrouwd eenvoudig bosbedrijf- systeem. Alles is goed te plannen en te voor- zien. Een aantal na- delen van dit systeem zijn de grotere ge- voeligheid voor ziek- ten en plagen, meer kans op stormschade door grote oppervlak- tes met gelijkjarige bossen, en een weinig natuurlijk bos. In grote delen van Bialowieza is de bos ­ bouwer gedwongen onder druk van de natuurbeserming hier van af te stappen. In de Bialowieza bossen is men zoekende naar een meer klein- schalige aanpak van het bosbeheer. Er wordt veel gewerkt met kleine verjongings- plekken die op de betere gronden be- plant worden met eik. Dit is vergelijkbaar met Twickel. Net als bij ons, vindt men het belangrijk om de eik in het bossysteem te houden en tevens te proberen dit op kleine schaal te doen. Op uitvoeringsniveau zijn er wel verschillen. De houtoogst wordt in Polen meer gestuurd door de vraag dan door het bos in tegenstelling tot de gang van zaken op Twickel. Er wordt in Polen veel in het bos gewerkt: snoeien. wildbeschermings- maatregelen, vrijstellen van aangeplante bomen enzovoort. Dit is te verklaren uit de bosbouwtraditie en goedkope arbeid in tegenstelling tot Twickel waar arbeid duur is. Het oerbos, een deel (duizend hectare) van het Bialowieza bos, wordt sinds 1920 als strikt reservaat beheerd (niets doen). Dit is het enige oerbos in het laagland van Europa. Ik was erg benieuwd naar dit bos. Wij zijn op Twickel nu circa tien jaar bezig met meer natuurlijk bosbeheer, maar een echt oerbos had ik nog nooit gezien. Mijn voorstelling hiervan week af van de werkelijkheid. Ik had een chaotisch bos verwacht met veel oude en omgevallen bomen en een gelijk- matige verdeling van de ondergroei, zoals struiken in alle etages. Wat er te zien was, is een dicht bos met heel veel jonge bomen van circa vijftien tot twintig meter hoog en tussen tien en vijfentwintig centimeter dik. Er was nauwelijks een struiketage wat in- hield dat je onder het bos door kon kijken. Hier en daar, zo’n een tot twee per hectare, ook minder dan ik gedacht had, stonden enorme dikke oude bomen van minstens twee meter dik en vaak vijftig meter hoog. Het dode hout waarvan ik gedacht had, dat het overal overweldigend aanwezig zou zijn, was er wel maar veelal staand of in half verteerde vorm, in ieder geval niet bijzonder veel. A1 met al vind ik het heel leerzaam om dit referentiebeeld nu te hebben als achtergrond voor mijn werk op Twickel. Gert Jan Roelofs Vergankelijkheid in het oerbos. Foto: A H. Schimmelpenninck.