pagina 18 herfst 1998

Aaoipau ,S>AMKO.«A Cfl OH ftATWr/CE AipmiNF SiT € V M d "1 11 1 Ingekleurde tekening van een saririsch bedoeld rouwbord. Foto: A. Nawijn. 0 GrAVZDOS. O Van Johan Hendrik is bekend dat hij een jaar daarvoor, in 1702, bij de oprichting van een ander college, de Orde van Trouw, betrokken was. Aan dit college namen even- eens vrouwen deel, waaronder de prinses van Pruisen. Het is mogelijk dat dit college de aanzet is geweest tot de oprichting van De Orde van Tombago. De geschriften De belangrijkste doelstelling van De Orde van Tombago was ‘de groote en eendragtige Liefde en gene- gentheijd’ die er onder hen was te benadrukken en te ver- sterken. Wat hun activiteiten op de bijeenkomsten waren, zou in het ongewisse zijn gebleven als niet een hele stapel teksten van de hand van de deelnemers van het genoot- schap bewaard was gebleven. Veel teksten zijn door de deelnemers zelf geschreven, maar een aantal hebben zij overgeschreven van Franse dichters en dichteressen. Zij schreven voomamelijk in het Frans. De letterkundige geschriften hebben een rijk assorti- ment aan (sub)genres, zoals liederen, tekeningen, gedich- ten, verhandelingen, (dichterlijke) brieven, sonnetten, toneelstukken (ook in dichtvorm), grafdichten, epigram- men, fabels, geschreven portretten, testamenten, etc. Ook komen bij deze 132 geschriften vele onderwerpen aan de orde, zoals het geloof, de Franse geschiedenis, de mentali- teit, de kans- en toevalspelen, de liefde en het schrijven/discussieren/oreren zelf. Wat met name kenmerkend is voor de geschriften van De Orde van Tombago, is het schertsende karakter dat bijna in elke tekst de boventoon voert. De Tombagisten maakten grappen overelkaar. Zo beschrijft Johan Hendrik bijvoorbeeld in een gedicht geschenken die hij aan zijn naasten geeft: De ene zuster krijgt geld om er een krant van te kopen, de andere krijgt geld om het in haar bruidskist te doen, terwijl deze zuster ongetrouwd is gebleven en de derde zuster krijgt geld om er tanden van te kopen. Zijn broer Unico Wilhelm krijgt slechts het plezier het gedicht- je te lezen en zijn beschermeling Willem Bentinck krijgt vreemdsoortige geschenken zoals een flacon met lucht. Niet alleen maakten de Tombagisten grappen over elkaar, ook mensen buiten het genootschap of historische figuren gaven aanleiding tot spot. Zo wordt bijvoorbeeld raadsman ‘W.B.’ van de stad Amsterdam flink ‘te kakken gezet’. Dit gedicht, geschreven in 1725, luidt als volgt: ‘hoe lieflijk is het te verkeeren met den raedtsman der amstelheeren, wat is hij aangenaem van praet; men moet bekennen in der daet dat soo syn woorden als gedagten een ieder moet ten hoogsten agten; tis alles, voor die daer op let; eerse solide en eeven net; voegt daer nu bij sijn konst van minnen; ik tart de reegen zang godinnen, appol, pegaez en alle mael te spreeken sulken soeten tael. geen maegt die hij nietkan bekooren, als hij maer rept, sij is verlooren, sijn sagte tong en ruwe handt ooverwint alle tegenstant. sijn roem… maer soet, ik laet het sinken; mijn lofgedigt mogt eens stinken.’