pagina 18 herfst 1995

Theetuin van de Drost van Twenthe, ansichtkaart, ca. 1950. spreekt veel mensen uit de Randstad aan. „Daar ligt een duidelijke relatie met Twickel. Natuurlijk komen mensen uit Twente niet naar ons toe omdat het dicht bij Twickel ligt. Maar het heeft wel een zekere uitstraling. Dat was ook de wens van de Stichting Twickel: een restaurant met een exclusieve uitstraling. Dat is onder meer te zien aan het exterieur dat is geschilderd in de Twickel-kleuren”. Voor de toekomst heeft Gaston Olde Olthof geen grote wensen. Natuurlijk wil hij z’n positie bij de toptien van Twentse restaurants verdedigen. Maar na even nadenken komt toch eens wens boven: „Een restaurant in kasteel Twickel is voor mij een droom. Wat een prachtige locatie zou dat zijn. Natuurlijk wordt dat nooit werkelijkheid, maar ik kan er af en toe wel eens over fantaseren”. Bronnen: Huisarchief Twickel, inv.nrs. 2510/12 en 3528-3532. Archiefvan Stad Delden, volkstellingen en lapvergunningen. J.J. van Deinse, Uit het land van katoen en heide, 3e dr. Enschede, 1953, p. 525-529. Mededelingen van mevrouw A. Bussink-Kluvers (1894-1987), d.d. 11 november 1985. Het eerste artikel over Twickel-uitspanningen over het Wapen van Beckum verscheen in Twickelblad, 1995, no. 2. Schoolhistorie in Wiene (II) lets wat vaker gebeurt, overkwam mij ook. Je denkt voor een artikel, in dit geval, over de school in Wiene „alles” te hebben gevonden. Dat dit dus niet klopt, blijkt uit onderstaande aanvulling. Deze gegevens kwam ik tegen in een map met allerlei door de Marke betaalde rekeningen in de periode 1812-1841. Zoals U reeds hebt kunnen lezen, is de toenmalige school in 1807 voor / 128,4,4 aangepast aan de toen geldende vereisten. De door de marke betaalde reke ­ ningen betreffen de materialen en de arbeidslonen. De gebruikte materialen bevestigen de reeds gegeven ver- onderstellingen of geven aanvullingen. Op de rekenin ­ gen staan posten zowel voor het ex- als interieur. Voor de beschrijving en het overzicht heb ik ze niet opge- splitst. De diverse rekeningen vermelden dat er tussen 14 december 1807 en 2 maart 1808 aan de school is gewerkt. De aannemers Gradus Visschedijk en Arend Nijland hadden eveneens, net als tegenwoordig, de nodige onderaannemers en/of leveranciers. Toen waren dat de schilder, de smid en de voerman. Om maar met de deur in huis, in dit geval de school, te vallen. De toegangsdeur tot de school moest in een nieuw kozijn worden gevat. Dit werk werd uitbesteed aan Frederik Berkedam (een broer van Herman, de schoolmeester ?). Hij leverde het hout, 16 voet lang van 5×7 duim (ong. 12×17 cm.) voor / 2,8,-, voor spij- kers nam hij 9 stuivers en voor arbeidsloon f 2,10,-. Een zekere G. Timmer diende een rekening in voor gemaakt „eyserwerck” ter grootte van /1,15,-. Antonie Wermers was de schilder: op 20 februari 1808 had hij 24 „ruyten het stuck 2 st(uiver) 8 p(enningen) gestopt”, hetgeen hem f 3,-,- opleverde. In 1810 heeft hij nog- maals een „ruyte gestopt” en ook het (reeds in deel I genoemde) houten schoolbord geverfd, het laatste voor 15 stuivers. Het hout voor de vloer was betrokken van de „Twikkelse zaagemolen”. Naast deze planken, van 1 en 5/4 duim dikte, waren ook een aantal leggers en lat- ten aangeschaft, in totaal voor / 66,11,-. De beide aannemers dienden afzonderlinge reke ­ ningen in. Arend Nijland was blijkbaar de timmerman. Hij werkte zelf 13 dagen a 14 stuivers per dag en voor zijn knechts die samen 18,5 dagen hadden gewerkt 12 stuivers per dag. Hij leverde „5 ink kookers“ voor / 1,10,-. Die hij in een halve dag in de schrijfbanken had gemaakt. Verder leverde en bevestigde hij „vier gren- dels met krammen aan de vensters, 75 taje (?) Nagels en een slot aan de Lessenaar”. Gradus Visschedijk werkte zelf 21 dagen a 14 st. en zijn knecht 14 dagen a 12 st. Wat hij nu precies aan werkzaamheden uitvoer- de is moeilijk met zekerheid te stellen. De rekening bevat o.a. een zevental vermeldingen van aantallen (?), met daarachter het aantal ponden (gewicht) en het bedrag. Voorlopig houd ik het op (wilge)tenen beno- digd voor de wanden, die nadien met leem werden bes- treken. Het aantal ponden zou dan het gewicht van de leem kunnen zijn. Op 30 november 1810 wordt er nog een openstaan- de rekening van / 6,14,- betaald aan Willem ter Braak, die volgens zijn schrijven in September 1805 van Rijssen pannen en stenen heeft gehaald te weten, 100 pannen voor / 2,-,-, 20 „vos “(vorst)pannen voor /1,10,- en 200 stenen voor / 1,4,-. Samen met de vracht een totaal van f 6,4,-. Het schooltje zal, in ver- band met de aanschaf van de vorstpannen, al geheel met pannen zijn bedekt geweest. De 200 stenen, goed voor zo’n 2,5 vierkante meter metselwerk, zullen voor de schoorsteen bestemd zijn geweest. Als de school, hetgeen voorschrift was, een kachel heeft gekregen, was een stuk gemetselde dus brandvrije muur van steen niet nodig omdat de kachel of vrij of ergens in de buurt van een wand heeft gestaan. Bron: Huisarchief Twickel, inv.nr. 5087. Gerard Nijhuis