Passen en afpoetsen van de gerestaureerde lampen.

Het geconserveerde interieur in de eindfase.

Enkele maanden na zijn zuster overleed ook Willem van Heeckeren van Kell. Na het overlijden van zijn vrouw in 1866 ging het rijtuig, nu aangeduid als statieberline, over op hun dochter Sophia. Ook Sophia gebruikte de berline om naar de kerk te rijden. Na haar dood bleef deze werkloos achter in het koetshuis van Ruurlo. Restauratiecentrum Stolk In december 2015 ging de statieberline naar het
Restauratiecentrum Stolk in Balkbrug. Piet, de tweede generatie Stolk, begon naast de handel met restauraties. Eerst van oldtimers, daarna ook van antieke rijtuigen. Rond 1980 kwam echtgenote Mar erbij en recentelijk zoon Jean- Louis. “Piet is in de leer geweest bij wagenmaker Jan van Peet in Meerkerk”, vertelt Mar Stolk. “Verder hebben we ons vooral zelf ontwikkeld door onder meer het bezoeken van symposia en workshops in Amerika, Engeland en Duitsland en heel veel zelfstudie. In de praktijk betekent dit verschillende methodes en of producten ontwikkelen en testen. Maar ook zoeken naar de juiste materialen en soms zelf machines ontwerpen of ombouwen om oude technieken toe te passen. En veel praten met oude vakmensen. Je bent nooit uitgeleerd en dat is het leuke aan dit vak.” De restauratie van de berline begon met een inventarisatie van het benodigde materiaal. Stolk betrekt dit voornamelijk van specialistische bedrijfjes met een lange levertijd, waardoor een project vaak lang loopt. “Als eerste zijn we aan het moeilijkste begonnen; het conserveren van het unieke bokkleed”, vervolgt Mar. “Als restaurator voelde ik aan alle vezels in mijn lichaam dat dit behouden moest blijven. Overduidelijk was dat dit heel moeilijk zou worden, want het bokkleed was erg vies en
vervallen. Aanvankelijk leek het onmogelijk maar uiteindelijk is het toch gelukt om het in zijn geheel te behouden.” Stevig doorbijten
Ondertussen werd op een andere afdeling van Stolk aan de kast gewerkt. De deuren konden al heel lang niet meer dicht. Eén paneel stond helemaal los en wel tien centimeter bol. Alle andere carrosseriepanelen zaten los en waren gescheurd. De constructie werd hierdoor verzwakt en zakte een beetje in elkaar. Alle panelen zijn gedemonteerd waarna het spantwerk in het juiste model is teruggedrukt. Na deze klus is de blauwe verflaag verder verwijderd. “Dat was heel stevig doorbijten en je geduld niet verliezen”, vertelt Mar Stolk. “Net toen we er toch wel een beetje doorheen zaten, kwamen prachtige rode biezen op het onderstel tevoorschijn. De blootgelegde authentieke laklaag is geconsolideerd en beschadigingen zijn ontstoord. Hierna is het geheel voorzien van een beschermende reversibele vernis. Door ouderdom en uitdroging lagen de ijzeren wielhoepels los. Deze moesten we opnieuw er omheen krimpen. Uiterst voorzichtig want de originele lak mocht hier niet van te lijden hebben.” Tussendoor is aan de  binnenstoffering gewerkt. Veel van de authentieke stoffering was aanwezig maar grote delen waren er tussenuit gesneden. Mar Stolk: “De stoffering is voorzichtig gereinigd, daarna waar nodig gerepareerd en gedoubleerd. Nieuwe kussens met  paardenharenvulling zijn bijgemaakt en de missende delen zijn aangevuld. De zoektocht naar passend marokijn (geitenleer) voor de uitgesneden delen van de binnenpanelen heeft heel wat voeten in aarde gehad. Uiteindelijk wist de heer Conijn, die ons bij de restauratie adviseerde, via een bevriende relatie huiden van voldoende formaat te vinden in Marokko. Die hebben we gekleurd in een
kleur die overeenstemde met de oude delen.” Met dank aan Mar Stolk en Claas Conijn. De statieberline wordt van 7 juni tot en met 1 oktober tentoongesteld in de oranjerie. Foto’s, tuigage en koetsiers completeren de tentoonstelling.