pagina 17 zomer 1997

Twickelbezit in Borne in goede en slechte tijden De boerderijen in de buurtschap Zenderen Veel boerderijen in de buurtschap Zenderen in de gemeente Borne zijn al eeuwenlang Twickels bezit. Uitbreiding en inkrimping van deze eigendommen heeft diverse malen plaats gehad. De boerderijen die ooit aan Twickel hebben toebehoord of daaraan nog steeds behoren, zijn: Groot Nijhof, Klein Nijhof, Groot Olthof, Klein Olthof, Wensink, Beerthuis, Vaalt, Slot, Groot Leferink, Klein Leferink, Kuiperen Reijmeldinck. Jan Hakstegen Volgens een akte uit 1481 ruilt Johan II van Twickelo zijn erve Reijmeldinck met Berend van Bevervoorde voor “Sepenewoelt met walle en grave, in de buurschap Broke” b- Enkele jaren later, op 3 augustus 1486 wordt Johan II beleend met de tienden uit “Oldenhove” (Olthof)-). Ook van 26 September 1509 bestaat een derge- lijke akte’). Uit latere berichten blijkt, dat de bezittingen nog uitge- breider moeten zijn geweest. Zo worden volgens een akte van 4 februari 1595 enkele landerijen aan Lambert ten Nijenhave verkocht^). Het betreft hier de helft van het erve en goed “Nijenhave” (Nijhof) en verschillende stukken land, behorend tot het erve “Oldenhave” (Olthof). De ver- koop vond min of meer gedwongen plaats onder voor- waarde dat de goederen mochten worden teruggekocht, hetgeenin 1610danookgebeurde. Tachtigjarige oorlog Verkoop en belening kwamen aan het eind van de zes- tiende eeuw veel voor als gevolg van de zeer slechte finan ­ cier toestand waarin Twickel zich in die tijd. de beginpe- riode van de oorlog met Spanje, bevond. Veel strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, strooptochten met verwoes- ting van veel hoeven en gewassen op het veld (17,8% van de erven in Twente werd toen verwoest of verlaten^), maar ook de enorme uitgaven die Goossen van Raesfelt in de decennia daarvoor had gedaan, hadden tot deze toestand geleid. Bovendien werden als gevolg van steun aan de Spanjaarden, veel van Twickels bezittingen doorde Staten van Overijssel verbeurd verklaard. De pachtinkomsten vielen weg en vooral ook het verlies van het inkomen als drost van Twente deed zich voelen. Pas na de dood van Johan I van Raesfelt in 1604 werd door zijn weduwe Lucia van Heijden met hulp van haar broer en andere familiele- den weer orde op zaken gesteld. Dit leidde ertoe, dat haar zoon, Johan II van Raesfelt, weer met succes aan herstel van bezittingen en financien kon werken. Ook het drost- schap kwam weer in zijn handen. Veel goederen werden in die tijd aangekocht of teruggekocht. Zo kwamen in 1610 ook de Zenderse goederen weer aan Twickel. Volgens de betreffende verkoopakte^) gaan dan de erven Olthof, Nijhof en Hondeborg van Elsebe van Heijden, stiftsjuffer te Borghorst (en tante van Johans moeder Lucia van Heijden), weer over in handen van Johan II. Deze goede ­ ren waren twee jaar eerder door Elsebe gekocht van Sweder Scheie. Ookde tienden uit Olthof kwamen in 1630 weer aan Johan 11^). Herstel In 1614 werd erve Beerthuis aangekocht^).In 1683 geeft Jacob van Wassenaer Obdam aan zijn rentmeester de opdracht om datgene te doen wat nodig is omde erfjes Vaalt en Slot aan te kopenb. In 1845 werd erve Leferink, toen nog bestaande uit Groot en Klein Leferink, aangekocht , ter- wiil Beerthuis kort voor 1800 weer werd verkocht. Wensink ging in 1928 in andere handen over 11 )- Vaalt werd reeds in 1753 verkocht, doch in 1842 weer terugge ­ kocht. De aankoop van Kuiperdateert van 1875. Dat de Zenderse goederen in het begin van de zeven- tiende eeuw geleidelijk weer alle in handen van Twickel kwamen, blijkt uit de vanaf 1632 opgestelde rentmeesters- rekeningen, waarin ook de pachtbetalingen werden geno- teerd. In het Borns/Deldense gebied bestond in 1602 slechts 6% van de erven uit eigen bezit, 45 % was adellijk bezit, de rest behoorde aan de kerk of aan een I and beer’). Eerste totaaloverzicht Een eerste overzicht van de Twickelse bezittingen vin- den we in de legger van goederen, die in 1681, kort voor zijn overlijden door Adolf Hendrik van Raesfelt aan zijn dochter Adriana Sophia werd gedicteerd . Dit overzicht liet Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam in 1717 inbin- den en hij voorzag het zo hier en daar van zijn commentaar. Wat de Zenderse bezittingen betreft vinden we hierin onder meer het volgende: “Beijde Olthover en Nijhover. Tyntbaer an ons selven. Worden alle vier eeven groot gehouden hoewel de Olthover vijfen twintich daelder voor de tiende geeven en de Nijhover maer tien daelder. Worden rhuim geschat teegens Berthuis van groote, voor de lighter van Haexbergen gemeeten, op een en twintich mudde lants. Het lant van deese erven leght door den Sender Ess verspreijt behal ve de braeken cam- pen en gaerden bij de huizen. Wenssink. Tientbaaroovereen gedeelte van f erve, an t’capitel van Oldenzeel, sloptiende. Wort gehouden rhuijm so goet als d’andere, in het lant door deze ess verspreijt. Geeft oock minder als andere.