pagina 17 zomer 1994

Aanvankelijk lag de oranjerie ingebed tussen de boom- gaarden. De niet winterharde boompjes en planten werden naar het schijnt willekeurig neergezet op het gazon voor de oranjerie, dat werd onderbroken door een enkel bloemperk en wat kronkelende paden. Het gedeelte direct voor de oranjerie is gereserveerd voor de oranjebomen. Toen de ingrijpende verbouwing door Zocher gereed was legden de bekende tuinarchitecten Hendrik van Lunteren en zijn zoon Samuel tussen 1841 en 1850 aan de oostzijde van de oranjerie een partij aan in landschappelij- ke stijl. Of zij ook een ontwerp hebben gemaakt voor de voorzijde van de oranjerie is niet duidelijk. Een foto uit ca. 1885 laat voor de oranjerie een ovaal grasperk zien met daarin twee cirkelvormige bloemperken met een naar het midden toe oplopende begroeiing. Het gedeelte ten westen van de oranjerie behoorde tot Petzolds komst bij de wildbaan. Zijn werk werd overgenomen door Poortman die vanaf 1887 optrad als zelfstandig tuinarchitect. Maarof hij ook daadwerkelijk verantwoordelijk is geweest voor de aanleg van de verdiepte parterre met in het midden een fontein in een stervormig bloembed (te zien op een foto van na 1891), valt niet te bewijzen. Nog was het niet goed, want in 1907 maakte Poortman een nieuw ontwerp voor een verdiepte parterre, waarin tevens geschoren palm- en taxusfiguren waren opgeno- men. De huidige situatie stemt nog in grote lijnen met dit ontwerp overeen; slechts een enkel bloembed is wat ver- anderd en enkele palm- en taxusfiguren zijn inmiddels ver- dwenen. Rozentuin en rotstuin Na dit grote werk bij de oranjerie werd alleen een rozen- m . * Lt – is i De fontein in het bloembed voor de oranjerie Formele stijl In 1886 werd Edouard Andre, die op dat moment al op Weldam werkzaam was voor de zuster van R.F. baron van Heeckeren, aangezocht om een ontwerp te maken voor een aanleg bij de oranjerie in samenhang met een aanleg op het voorplein en de achterplaats. Deze dicht bij de woning gelegen partijen dienden in formele stijl te worden aange- legd. De naaste medewerker van Andre, Hugo A.C. Poortman, deed het werk ter plaatse en voerde daarover uitgebreide correspondentie met zijn baas. Op basis van zijn gegevens maakte Andre verschillende ontwerpen, die voor wat betreft de achterplaats wel zijn uitgevoerd, maar zijn plannen voor de oranjerie stemden kennelijk niet tot tevredenheid. tuin nog aangelegd en in de dertiger jaren door barones Van Heeckeren van Wassenaer met behulp van Poortman de rotstuin (zie elders in dit nummer). Verder is de twintigste eeuw voor Twickel vooral een periode van consolidatie geweest, onder vaak zeer moei- lijke omstandigheden. Door de inkrimping van het tuin- personeel van veertig man voor de oorlog naar drie man in vaste dienst nu konden de rozentuin en de moestuin niet meer in stand gehouden worden. Nu blijft alle inspanning er op gericht om de tuinen van Twickel ook voor de toe- komst te behouden. * De gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan: M.E.G.B. Jansen, "Twickel te Ambt Delden", Bijdragen tot het bronnen- onderzoek naar de ontwikkeling van Nederlandse historische tuinen, parken en buitenplaatsen, 2 din. Zeist, 1988.