pagina 17 winter 2005

pachtschuld varieerde van enkele tientallen guldens tot bijna 1000 gul ­ den, hetgeen neerkwam op een ach- terstand van soms tien jaren. In natura Gedurende de gehele 18e eeuw werd nog weinig pacht in geld betaald. Heel veel geschiedde in natura. Zo werd voor de levering van een voer mest 1 gulden van de pacht afgetrokken en voor een wagen stro 5 gulden. Een mud haver leverde 2 gulden op, een pond boter 3 stuivers, een mud boek- weit 3 gulden en 12 stuivers, een ham 4 stuivers per pond, een vet schaap 2 gulden en 10 stuivers, een vette gans 1 gulden, een koetong 1 stuiver, een mud gerst 3 gulden en 12 stuivers en een mud rogge 12 gulden. A1 deze produkten werden door vrijwel alle pachters enkele malen per jaar aan het kasteel geleverd. Daarnaast komen nog bijzondere incidentele leveringen voor, zoals varkens, koeien en zelfs paarden, een Bentheimer stenen paar- denkribbe of een Keulse pot. Teunis Morscate kreeg in 1776 ver ­ mindering van zijn pacht voor een bedrag van 10 gulden, 7 stuivers en 4 penningen “wegens mieren Eijeren te gaderen voorde phazanten Uit de pachtboeken blijkt ook duide- lijk dat op vrijwel alle erven veel werd gesponnen en geweven. De produkten van deze huisnijverheid werden dik- wijls aan Twickel geleverd. Zo ver- minderde 1 el linnen de pacht met 7 tot 20 stuivers. Dit verschil zal wel een gevolg zijn van de kwaliteit van het doek. Arbeid Vrijwel alle pachters hebben jaarlijks arbeid voor de graaf verricht. Meestal bestond het werk uit vrachtvervoer, met 1, 2, 3 of zelfs 4 paarden De tochten waren dikwijls naar en van Deventer, Zwolle, Lage, Bentheim of Kernheim bij Ede. Zo’n vrachtrit duurde soms enkele dagen en leverde dan een aftrek van enige guldens pacht op. De pachter van Waninck haalde meerdere malen met 3 paarden bagage van Deventer. Hij verdiende daarmee 7 gulden en 10 stuivers per rit. Tussen 1770 en 1775 hebben veel pachters werk verricht bij het graven van de Twickelervaart. Ander werk bestond uit dakdekken, timmerwerk- zaamheden, hooien of schoonmaken van de gracht. Ook werden de echtge- Het huis Twickel getekend door A. de Haen in 1729 met de "potten”op de zuidtoren, zoals genoemd in het pachtboek. Fnto: John Mulder, Enschede. note en dochters van een pachter nogal eens in het kasteel of in de tuin aan het werk gezet, hetgeen weer enkele guldens aftrek opleverde. Heel veel pachters moesten op plaat- sen die hen werden aangewezen tel- genkuilen graven, soms wel meer dan 100. Hierin werden dan jonge eiken geplant. Het graven leverde hun een stuiver perkuil op. Schulden Ook de betalingen in natura en het ver- richten van werk konden dikwijls niet voorkomen dat de pachtschuld steeds groter werd. Menige boer leed dan ook een armlastig bestaan. In veel gevallen moest B. Meijling, provisor van het Armengasthuis Sint Anne bij- springen. Het Armenfonds van dit Gasthuis werd voor een belangrijk deel door de bewoner van het kasteel in stand gehouden. Doorde genoemde pachtbetalingen ontving hij dus een deel van zijn investering weer terug. Deze instelling betaalde tussen 1726 en 1740 voor enkele tientallen pach ­ ters bedragen varierend van 40 tot 100 gulden. Wanneer een pachter in het huwelijk trad, toonde de graaf zich dikwijls een guile gever. Berichten daarover komen meerdere malen voor. "Bij ingaen van sijn huwelijk werd Berent Assink 14 gulden geaccordeert". Ook deed hij uit medelijden wel bepaalde betalingen. Zo werd in 1748 aan de pachter van Groot Averink 79 gulden en 8 stuiver betaald “uit consideratie van de sterfte van sijn vee ”, Berend Marscate had in 1768 een schuld van 120 gulden, hetgeen neer ­ kwam op 6 jaren pachtachterstand. Zijn schuld wordt kwijtgescholden “uit consideratie van Solaris als oppasser van de Jagt en als Jager". Strenge maatregelen kwamen echter ook voor. De pachter van Erve Beerthuis betaal ­ de in 1792 vijftig gulden “na gedreigt arrest op de Rogge te velden Ook aan het einde van de achttiende eeuw waren de schulden van de pach ­ ters nog groot. Op 11 november 1799 verschijnt er daarom een “Waar- schouwing aan alle de Pagters en Bruykers van Erven en Landen gehoorende aan de Huy sen Twickel en Weldam ” (H.A.T. 2534). De graaf deelt daarin mee, dat met het begin van de nieuwe eeuw alle oude schul ­ den moeten worden afgelost. De aflossing kan geschieden in geld, koren, arbeid of vracht. Restschuld die overblijft, zal met 2 % interest worden belast. Ook wordt nog ver- meld: “Bij aldien agter blijven zullen van zoodaanige Erven de betalingen ingehaald worden met het Room van Veld”. Jan Hakstegen