pagina 17 winter 2004

De Friese goederen en rechten van de familie Van Wassenaer Obdam (I) De verkiezing van graaf Carel tot grietman Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam trouwde in 1723 met Dodonea Lucia van Goslinga. Zij was de dochter van Sicco van Goslinga en Johannetta Isabella thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Sicco van Goslinga was een invloedrijk staatsman en diplomaat. De Van Goslinga’s hadden bezittingen en rechten in Friesland, die later door vererving overgingen op de bewoners van Twickel. De Goslinga Staate in Dongjum bij Franeker, 1734. Collectie Stichting Twickel. E en document in het Huisarchief Twickel, waarin de goederen en effecten in Friesland worden weergegeven (H.A.T. 8240) laat zien, dat Twickel in 1762 twaalf stemge- rechtigde ‘zates of homlegers’ bezat. Bovendien worden in dit stuk nog twee obligaties van de provincie Friesland met een gezamenlijke waarde van 3000 Engelse ponden genoemd, een voor die tijd aanzienlijk bedrag. Een zate was een Fries woord voor een landoppervlakte, meestal met een boerderij. Een homleger is een Friese benaming voor het deel van een zate waarop een huis stond en waaraan stemrecht in dorps-, grietenij-, lands- of kerkelijke zaken was verbonden. Juist dat stemrecht was van belang. De meeste bezittingen lagen in een wijde krans romdom Franeker in de dorpen Herbaijum, Peins, Schalsum, Driesum, Beetgum en Wijnaldum. Deze boeren- bedrijven leverden tezamen jaarlijks ongeveer 1723 gulden aan pacht op. Er waren enkele grote bedrijven bij, zeker als we deze vergelijken met de Twentse bedrijfsgrootte in die tijd. Zo was de Sickema Staate in Herbaijum ruim 31 ha., de Ockingastaate in Wijnaldum was ruim 34 ha. En in Herbaijum was nog een bedrijf dat niet met name werd genoemd, van ruim 36 ha. De familie zelf woonde op de Goslinga Staate in Dongjum. In de loop van de achttiende eeuw werden nog enkele bedrijven bijgekocht. Dit geschiedde vooral met het oog op het verkrijgen van stemrecht. In 1810 werden de meeste bezittingen in Friesland van de hand gedaan. Zij leverden een totaalbedrag van ruim 600.000 gulden op (H.A.T. 8241). In 1823 werd nog een zate voor 20.000 gulden verkocht (H.A.T. 8263). Grietenijen en grietmannen In de middeleeuwen was Friesland verdeeld in plattelandsdistricten of grietenijen, waarin een aantal dorpen lagen. Aan het hoofd van een grietenij stond sinds de dertiende eeuw de griet ­ man. Deze oefende het bestuur, en