pagina 17 lente 2005

meteen de vraag stellen of Goossen voordien grote sommen geld had kun- nen investeren in een bezit, waarvan hij niet zeker was. In 1578 maakte Goossen een testa ­ ment op ter regeling van de verdeling van zijn goederen tussen de kinderen uit zijn eerste echt en de kinderen uit zijn in 1556 gesloten echtverbintenis met Ermgard van Bemmelsberg 3 ). In deze akte noemt hij gelden die hij betaalde voor de ‘opbouw’ van het huis Twickel en voor de ‘bouw’ van een nieuwe wind- en korenmolen. De twee uiteenlopende termen moeten wel aangeven dat er volgens hem bij het bouwen een duidelijk verschil was tussen het een en het ander. Financiele zorgen Uit verschillende archiefstukken blijkt dat Goossen van Raesfelt nogal wat goederen als onderpand heeft gegeven om leningen af te sluiten, waarmee hij zijn ruitercorps kon fmancieren. Hij vocht in de jaren 1546-1547 in de oorlog tegen het Smalkaldische ver- bond en daarna nam hij deel aan een veldtocht naar Frankrijk. Kennelijk waren zijn reserves niet van dien aard dat hij grote uitgaven kon doen zonder schulden te maken. Een getuigenverklaring voor de richter uit Delden van 1614 vermeldt dat Twickel onder Goossen van Raesfelt lange tijd niet bewoond is geweest, omdat hij naar Raesfelt in Westfalen was vertrokken 4 ). Ook dit gegeven maakt de bouw van het kasteel in de jaren rond 1551 twijfelachtig: het lijkt weinig waarschijnlijk dat Goossen in geldzorgen en elders woonachtig het kasteel Twickel liet afbreken om dit geheel te laten vervangen. Ouder kasteel Naast de bovenstaande argumenten, die de bestaande datering in twijfel doen trekken, komt een ander aspect. De Van Twickelo’s waren in de 16e eeuw trouwe dienaren van de toen- malige landsheren, de bisschoppen van Utrecht. Johan III van Twickelo, die voor de bisschop fungeerde als drost van Twente, maakte de Zwolse oorlog mee. Deze in 1522 – 1525 woedende oorlog tussen hertog Karel van Gelre en de bisschop van Utrecht heeft in Twente veel onheil gebracht. Naast Johan III steunden ook zijn broers Frederik die het huis Hengelo bezat, en Adriaan die Eerde in zijn bezit had, de bisschop in zijn strijd. Als vergelding droeg Karel van Gelre op 25 September 1523 zijn legeraanvoer- der Berend van Hackfort op om alle goederen van de gebroeders Van Twickelo te verbranden: ‘…stect oere guederen ain waer gij die weet te be- komen en verbemt ze!’ schreef hij 5 ). Ook gaf hij opdracht de goederen van Adriaan van Rede, de kastelein van Lage, plat te branden. Hierop werd Adriaan van Rede gevangen geno- men. Het huis te Hengelo moet ver- woest zijn, aangezien vast staat dat dit in de jaren 1525 – 1530 herbouwd werd. De molen die Frederik van Twickelo in Hasselt bezat werd plat- gebrand. Eerde was al door de Zwollenaren geslecht. Het ligt voor de hand dat er ook actie is ondernomen om Twickel te verwoesten en de kans is groot dat dit gelukt is. De tijdens een in 1978 uitgevoerde opgraving op de achterplaats van Twickel aangetroffen bouwfragmenten met brandsporen wijzen althans sterk in die richting 6 ). Agnes van Twickelo kreeg volgens de akte van huwelijkse voorwaarden als bruidschat het ‘slot’Twickel mee. In 1537 stond er dus een gebouw dat werd aangeduid als slot 7 ). Het lijkt weinig waarschijnlijk dat Goossen dit wellicht ook nog recent herbouwde slot, veertien jaar later door een geheel nieuw kasteel heeft laten vervangen. Volgens het al eerder genoemde testa ­ ment bekostigde Goosen de ‘opbouw’ van het kasteel, wat in het licht van het bovenstaande eerder ‘aanbouw’ dan volledige nieuwbouw zal betekenen. Oude en nieuwe kamers Een akte van afstand door Adolf van Raesfelt uit 1576 geeft voor onze zienswijze de doorslag. Goossens zoon Adolf die domheer was in Munster, oorkondt dat hij zijn aan- spraken afstaat op de ‘oude en nieuwe kamers’ van het huis Twickel 8 ). Deze verwijzing toont aan dat er in 1576 sprake was van een kasteel dat bestond uit oude en nieuwe delen. In deze akte van afstand wordt ook melding gemaakt van een ‘Regt- kamer’. Het is zeer goed mogelijk dat hiermee wordt gedoeld op het in de Zuidvleugel gelegen vertrek dat tegenwoordig bekend staat als de drostenkamer. Het lijkt er dus op dat de Zuidvleugel in de 16e eeuw al aan- wezig was. Een laatste verwijzing naar onderde- len die ouder zijn dan van 1551 is te vinden in het schetsboek van Andries Schoemaker die Twickel aandeed in de jaren twintig van de 18e eeuw. Hij kreeg toen de kerker te zien waar de doopsgezinde freules van Beckum voor hun terechtstelling in 1544 gevangen hadden gezeten. Op grond van verschillende 16e eeuw- se aktes kunnen we vaststellen dat in 1551 op Twickel geen radicale nieuw ­ bouw plaats vond, maar dat Goossen van Raesfelt omstreeks het midden van de 16e eeuw het bestaande gebouw heeft uitgebreid. In een vol- gend artikel wordt de ontwikkeling van de bouw gebaseerd op onderzoek van historisch beeldmateriaal, rent- meestersrekeningen en inspectie en opmetingen van het gebouw. H. Reynders Noten: 1. G.J. ter Kuile, Geschiedkundige aantekeningen op de havezathen van Twenthe, Almelo, 1911, p. 211 – 237 en E.H. ter Kuile, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, IV, ’s- Gravenhage, 1934, p. 9-15. 2. Huisarchief Twickel (HAT), inv.nr. 27. 3. HAT, inv.nr. 28. 4. HAT, inv.nr. 3159. 5. Gelders Archief, Minuten, nr. 2, inv. nr. 0001-0143A. 6. B. Olde Meierink, ‘Twickel… wat de spade er ons over vertelde’, Inschrien 1979, p. 43-44 en 51-54 en 1980, p. 1-5. 7. HAT, inv.nr. 18. 8. HAT, inv.nr. 2804. Jaar van het Kasteel De Nederlandse Kastelenstichting heeft het jaar 2005 uitgeroepen tot het Jaar van het Kasteel. Nieuws over de in dit kader door diverse instellingen georganiseerde activi- teiten is te vinden op de website: www.jaarvanhetkasteel.nl. In het volgende nummer van het Twickelblad zullen wij uitgebreid aandacht aan dit thema besteden. Ook in de tuinen van Twickel zal het thema Kasteel deze zomer cen- traal staan.