pagina 17 lente 2004

Een onderdeel van de kasteelboerderij van Twickel De varkensfokkerij op de Dassehaar Twickel heeft vroeger zelf een boerderij geexploiteerd. Dit bedrijf werd uitgeoefend op de kasteelboerderij, de Goormeen in Azelo en de Dassehaar op de Deldeneresch. Er werden koeien, paarden en varkens gehouden en akkerbouw bedreven. Baron R.F van Heeckeren van Wassenaer had veel belangstelling voor de landbouw en wilde hierin een voorbeeldfunctie vervullen. Dit artikel gaat over de varkensfokkerij, die floreerde in de periode tussen 1914 en 1938. I n 1903 ontstonden serieuze ont- wikkelingsplannen voor de boer ­ derij van Twickel: er kwam een varkensfokstal op erve De Dassehaar op de Deldeneresch. Deze werd beroemd om het Veredeld Duits Landvarken en later ook om andere rassen. Na het overlijden van de baron in 1936, kwam het bedrijf in de pro- blemen door de uitbraak van varkens- pest in 1938. De fokkerij miste de baron als drijvende kracht en werd uit- eindelijk na bijna een halve eeuw van bestaan in 1940 opgeheven. Het laat- ste restant van dit varkensbedrijf is in 2002 afgebroken. Wat overblijft zijn herinneringen, de archiefstukken van Twickel, enkele foto’s en een demon- stratiefilm uit de jaren dertig, gemaakt door het Varkensstamboek. Henk Blekkenhorst, zoon van het voormalig bedrijfshoofd van de fokkerij, Willem Blekkenhorst, weet nog veel over de fokkerij en de omstandigheden te vertellen. Dashaars-Willem Pachtboerderij De Dassehaar werd in 1915 in eigen beheer genomen. De baron had bijzondere plannen hier- mee, namelijk varkens fokken. Henk Blekkenhorst, geboren in 1931 op de Dassehaar: “Twickel had nog geen ervaring met varkens. De varkens- houderij in Nederland bestond uit een paar varkentjes voor eigen gebmik. Er was nagenoeg niets bekend over de fokkerij. In de periode 1910-1920 zijn hier verschillende Engelsen geweest voor het bouwen van de stallen. Van hen komt het woord ‘cavy’, zoals wij de kraamstal voor de zeugen noem- den”. Willem was als jongen voerman. Het hoofdgebouw van de varkensfokkerij. Fotocollectie: H. Blekkenhorst, ca. 1930. Toen de baron in 1914 begon met de bouw, was hij als 16-jarige hierbij betrokken. “De varkensfokkerij bestond uit een hoofdgebouw van ongeveer 10 bij 13 meter met drie vleugels: het zogenaamde ‘vliegtuig- model’. Op de verdieping boven het hoofdgebouw werd het meel opgesla- gen en er was een klein kantoortje. Het gebouw stond op een perceel zwarte esgrond van ongeveer twee hectare, met een boomgaard. Achter de eiken- wal lagen nog twee varkensketen op een afgerasterd perceel van vijf hectare ‘wilde grond’ met velddennen, berken en heidegrond. Hier liepen in de zomer de opfokvarkens en pas gedek- te zeugen”. In een aankondiging van november 1915 wordt de Twickelse varkensfok ­ kerij ‘Het Varkensstamboek Ambt Delden’ genoemd waar ‘Vereedelde Duitsche Landvarkens’ gefokt wor- den. Er waren toen 110 fokvarkens. Het Veredeld Duits Landvarken zou uitmunten in ‘gehardheid’, groei en gezondheid. De leiding over de Twickelboerderijen was in handen van de heer De Boer. Henk Blekkenhorst: “In 1920, toen een aantal verzorgers van de varkens ziek was, werd aan mijn vader gevraagd om de varkens te verzorgen. Hij heeft dit toen zes weken gedaan en had er aardigheid in. Er werd gevraagd of hij niet wilde blijven. Zo kwamen mijn ouders op de Dassehaar te wonen. Na een paar jaar werd mijn vader hoofd van de varkensfokkerij. Hij werd daarom Dashaars-Willem genoemd. Hij bracht verschillende veranderingen aan in de varkensschu- ren, zoals een plafond om het stalkli- maat te verbeteren”. De varkens werden gevoerd met een mengsel van aardappelen, erwten- meel, vismeel, gerstemeel, ondermelk en mangelwortels, zoals beschreven