pagina 19 lente 2002

Een voile dag vrij scharrelen was te lang. Dan gingen ze via de straat naar de bloementuin van de buren. Een halve dag was prima en dan konden ze zo veel van kruidige gewassen eten, dat de eieren een heerlijke smaak kregen. Blijft de kip een hele dag op het ei zitten, dan is ze broeds en komt ze een periode van 21 dagen niet meer buiten. Meestal leveren de andere kippen ook een bijdrage zodat het broeden de moeite waard wordt. Af en toe was er een kip verdwenen, nergens te vinden. Die had het zekere voor het onzekere gekozen. Na drie weken was ze er dan plotseling weer, met acht a tien kuikens om zich heen. Het is voor ons een raadsel gebleven hoe oud een kip kan worden. Niemand weet dat precies, want het is al eeuwenlang zo, dat een kip, die geen eieren meer legt niet op een verzorgde oude dag kan rekenen. Onze eerste haan, een prachtig exemplaar, afkomstig van buurman Wegdam is acht jaar geworden. Zwaar toegetakeld door z’n opvolger kreeg hij een spuitje van de dierenarts. Geen van de kippen heeft die leeftijd gehaald. Rest nog te vermelden het tijdelijk verblijf van een hangbuikzwijntje. Onze buurjongen Frank had het dier gewonnen tijdens de Oeler School- en Volksfeesten. Als onze toen vijfjarige kleinzoon Floris op de boerderij was, wilde hij altijd werken. We hadden al vaker samen de schapenstal aangepakt, maar voor hem is vooral in de herinnering blijven hangen het uitmesten van de stal van het hangbuikzwijntje. Focco Vollema Wassenaarse Teercosten In het Huisarchief Twickel liep ik in de 17e eeuwse jaarrekeningen van de Dorpskerk in Wassenaar tegen het woord ‘teercosten’ aan. In eerste instantie dacht ik dat het om het teren van de schutting in de tuin van de dominee ging. Want daar moest wel eens wat aan gerepareerd worden. En er was daar steeds werk, elk jaar een paar karren mest; soms nieuwe fruitboompjes planten. Maar het bleek te gaan om kosten van wat we nu ‘verteringen’ noemen. In de rekening van 1644 ging het voor de Wassenaarse kerkbestuurders om een bedrag van ruim 82 gulden in iets meer dan een jaar. Dat bedrag zou niet om van te schrikken zijn, als een paar bladzijden eerder niet het jaarsalaris van de schoolmeester stond, 124 gulden. (108 voor de lessen en 16 voor het stellen van de kerkklok). Nu waren er in die periode extra vergaderingen geweest in verband met een kerkrestauratie en had men veel vergaderd ten huize van de schout. Maar toch. Na verloop van tijd moet ook het hoogste gezag, de Heer van Wassenaer en Zuidwijk geconcludeerd hebben, dat het iets te gemakkelijk ging. Blijkens een in het archief bewaard gebleven stuk zond Jacob IV van Wassenaer op 23 november 1666 een brief naar de secretaris van de Baronnije, de heer J.H. Winkel, met een aantal voorschriften inzake het jaarlijks tegen Pasen opmaken van de ‘kerkerekeningen’. Zowel de inkomsten als de uitgaven moesten steeds op een heel kalenderjaar betrekking hebben. Opmerkelijk daarbij is dat hij de inkomsten van 1665 naast de uitgaven van 1666 wilde zien. Een poging om de tering naar de nering te zetten? Ook mochten geen leningen afgesloten worden of land ge- of verkocht worden, zonder zijn toestemming. Maar het meest viel op, een passage waarin hij schrijft dat wanneer in de toekomst de kerkbestuurders, de rentmeester en de kerkmeesters zouden vergaderen, ‘geen gelaagen oft verteeringe meer sullen gedaen werden’. En die mochten zeker niet in rekening gebracht worden. De vergaderingen zullen in de consistoriekamer plaatsvinden en ook werd betrok- kenen opgedragen een bedrag te noemen waarvoor men bij het opmaken van de kerkerekeningen ‘een fatsoenlijcke maeltijt soude konne doen’ opdat na goedkeuring daarvan ‘alle onnodige verteringe rnochte afgeschaft weerden’. En zo wordt nog eens duidelijk hoe een ambachtsheer niet naliet aanwijzingen inzake een passende gang van zaken te geven. Een dag later, op 24 november (de brief was waarschijnlijk in Den Haag geschreven), werd in Wassenaar, blijkens een verslag in het gemeentearchief aldaar, de brief voorgelezen aan de raadsheer Joh. van Strijen, de baljuw Nicolaes van Persijn, de commies Willem Havius, de Heilige Geestmeesters en Kerkmeesters en de rentmeester van de kerkelijke goederen, H. van Thol. Deze hadden ‘dieselve gesaementlick te dank aengenomen, onder promisse van dieselve naercoming’. In dank aanvaard en het nakomen ervan toegezegd. Albert Niphuis Het hangbuikzwijntje. Foto: Focco Vollema.