pagina 17 lente 2001

Het Hof te Dieren, een Gelders Twickelbezit (III) * De taken van de rentmeester In de periode 1821 – 1896 kende het Hof een eigen rentmeester. Deze had in de eerste plaats tot taak het bijhouden van de financiele administratie, waartoe ook behoorde het innen van de pachtgelden. V erder verzorgde hij de cor- respondentie, onderhield de contacten met de pachters en leveranciers en had hij de organisatie van de hout- en grasverkopen. Vanaf 1897 werd de rentmeester van Twickel ook met het rentmeester- schap van het Hof belast. Daar hij vanzelfsprekend meestal op Twickel verbleef, werd hij in Dieren ge- assisteerd door een onderrentmeester of hoofdopzichter. Deze moest regel- matig het wel en wee van het Hof rapporteren. Deze brieven geven een goed beeld van de werkzaamheden op het Hof. Met de pachters werd voornamelijk gesproken over pachtprijzen en bouw- zaken, zoals (ver)bouw van hoeve of bijgebouwen. Ook kwamen regel- matig zaken als waterschade en oor- logsschade aan de orde. Een pacht- overeenkomst gold meestal voor zes jaar. In de financiele administratie vin- den we, dat de inkomsten bestonden uit de pachtopbrengst van de erven en losse landerijen en verkopen van hout, gras, groenten en fruit. Uitgaven die daar tegenover stonden, waren die voor onderhoud, salarissen voor opzichters en buitenpersoneel (bos- en tuinpersoneel, jachtopzieners, nachtwakers en de rentmeester zelf). Ook vormden belastingen, verzeke- ringen en betaling aan armenbedeling een aanzienlijke lastenpost. Het huispersoneel kwam ten laste van de particuliere rekening van de Van Heeckerens. Minder bedeelden Uit archiefstukken blijkt, dat altijd veel werd gedaan voor de minder bedeelden. Zo vinden we bijvoor- beeld in het Huisarchief inv.nr. 8844 een overzicht van uitgedeelde kleding en dekens over de jaren 1846-1859 aan zowel de Nederlands Hervormde als de Rooms-Katholieke diaconie. Ook aan de schoolmeester werden nogal eens bedragen beschikbaar Rentmeester W.H. Wilterdink. Fotocollectie: W.J. Bitter. gesteld, onder meer om kinderen voor rekening van de Van Heeckerens naar school te laten gaan. Opvallend is ook, dat de schoolmeester op 7 november 1849 toestemming kreeg om voor de schoolkinderen 48 paar kousen te kopen. Dit kostte toen f 23,90. Verder werden bedragen aan behoef- tigen beschikbaar gesteld voor diverse doeleinden, bijvoorbeeld om een koe te kopen of de huur te betalen. Jaar- lijks werden veel dekens, hemden, laken en baai uitgedeeld. Bosbeheer Voor het beheer van de uitgestrekte bossen werd vanaf 1901 samenge-