pagina 17 lente 1994

J.B. van Heek diezich jarenlang inzette voorde inventarisatie van het archief ontving eenfraai ingebonden exemplaar van de inventaris uit handen van de rijksarchivaris in Overijssei, drs H. Bordewijk. Foto: John Mulder. Feith en Fruin, de schrijvers van het in 1917 verschenen en nog altijd bekende naslagwerk de „Handleiding voor het Ordenen en Beschrijven van Archieven” beweerde dat familiearchieven geen geheel vormden. Zij waren op de meest zonderlinge wijze bijeengekomen en het algemene belang ervan was te gering om de bewaring in een rijks- of gemeentearchief te rechtvaardigen. Ondanks het prestige van het bovengenoemde drieman- schap is de belangstelling van archivarissen voor familie ­ archieven nooit helemaal doodgebloed, maar het zou tot 1962 duren voordat in de Nederlandse Archiefterminologie het familiearchief beschreven zou worden als een samenhangend geheel: een overgeleverde combinatie van archieven van personen, die tot elkaar in familiebetrekking staan. Inventarissen Archivarissen maken archieven weliswaar toeganke- lijk, maar ze ontsluiten formeel, niet inhoudelijk. De stuk- ken worden beschreven vanuit de persoon of instelling die het archief heeft gevormd. De archivaris baseert de hoofd- indeling van de inventaris op gegevens als wie het stuk heeft geschreven of ontvangen en vanuit welke functie. Archiefstukken worden ingedeeld naar de taken en func- ties van de archiefvormer, niet naar hun onderwerp. Bij het hanteren van een inventaris kan een onderzoeker dus niet zoals bij een systematische catalogus in een bibliotheek eenvoudig naar het trefwoord zoeken. Om wegwijs te wor ­ den zal de onderzoeker zich moeten gaan verdiepen in de geschiedenis van degenen die het archief hebben gevormd. Zo was het en zo is het nu nog. Toch zal daar binnen afzienbare tijd verandering in komen. Terwijl enerzijds materieel de archieven als zelfstandige eenheden gewoon onaangetast blijven, kan anderzijds de informatie uit die archieven kriskras opvraagbaar worden gemaakt in een databasesysteem. Een dergelijk systeem is momenteel bij de rijksarchiefdienst volop in ontwikkeling. Het heet LIAS, Leeszaal Informatie en Aanvraag Systeem, en het moet in 1996-1997 operationeel worden. Zonder onderbreking Gelukkig is de leer van vroegere archivarissen niet steeds naar de letter gevolgd. Bij de archivarissen in de praktijk zegevierde vaak het gezonde verstand, ook voor 1962. Zo zijn tal van huis- en familiearchieven toch voor het nageslacht bewaard gebleven. In het Rijksarchief in Overijssei zijn op dit gebied de laatste grote mijlpalen bereikt met de dit jaar uitgegeven inventarissen van de huisarchieven van Almelo en van Twickel. * Gegevens ontleend aan de voordracht van drs Jan Folkerts,, Ontsluiting van huis- enfamiliearchieven, voor- namelijk in Oost-Nederland” op het symposium op Twickel van het Nederlands Historisch Genootschap d.d. 19 november 1993.