pagina 17 herfst 2005

De profileringen van het kozijnhout en de verankering van de muurbalken. en dikker (koppenmaat 106 mm, lagenmaat 60 mm), rechts nog kleiner, dunner en gladder (koppenmaat 102 mm, lagenmaat 55 mm). De beide uitbreidingen stammen dus wellicht niet uit dezelfde periode. In de noordoosthoek van de buitenmuur van het afdak zit, net boven de grond, een baksteen met ingekrast jaartal, waar met enige moeite 1874 van is te maken, al is de 7 niet zeker. Ook de kozijnen met vensterbanken verschillen: heeft het hoofdgedeelte voor de 18e eeuw kenmerkende raam- kozijnen met zeer dunne glasroeden, binnenluiken en zandstenen omlijs- ting, zo heeft de linkse aanbouw kozij ­ nen met zandstenen onderdorpels die meer overeenkomen met die van de boerderijen gebouwd rond 1850. Dit wat betreft de afmeting, verdeling en profdering (duivejager) aan het kozijnhout. De aanbouw rechts heeft ook weer een ander type kozijnen: slanker in houtafmeting en een ander profiel: een omgekeerde duivejager. Ook de onderdorpels zijn anders uit- gevoerd. Deze kozijnen lijken van jongere datum te zijn. De verankering van de balklagen en muurplaten aan de buitengevels werd met schootankers uitgevoerd. Zo heeft het middengedeelte een zwaar hand- gesmeed tapstoelopend schootanker van oudere datum, en de aanbouwen rechtgesmede schootankers. Verder is in de kap terug te vinden dat het middengedeelte een tentdak had (piramidevorm), wat in de 17e en 18e eeuw voorkwam, later minder. Bij de rechteraanbouw is het dak verlengd en uitgevoerd als zadeldak. Van het kap- hout is bij een eerste visuele opname gebleken dat in ieder geval de muur- plaat eiken is en dat de kap een pirami ­ devorm had. Het middengedeelte heeft ter plaatse van de voorgevel een toegangsdeur met bovenlicht, omgeven door een fraai geprofdeerde zandstenen omlijs- ting. Hierboven heeft een wapensteen gezeten, waarvan een helft lang nog aanwezig was, maar nu spoorloos is. Deze steen zou ons veel meer kunnen vertellen! Afgaand op de gegevens die voort- komen uit de kaarten en uit het ver- kennende bouwkundig onderzoek zou kunnen worden opgemaakt dat het middengedeelte van het Meestershuis het bouwrestant is van de havezate. Verder onderzoek en een nauwkeurige inmeting of tekening en onderzoek naar de fundering zou hier uitsluitsel over kunnen geven. Herman Hagens en Lennert Vrij Noten: 1) A.J.Gevers en A.J. Mensema, De havezaten in Twente en hun bewoners. Zwolle 1995 2) Historisch Centrum Overijssel (voorheen Rijksarchief in Overijssel) Statenarehief inv. nr. 2568 3) 1694, 1696en 1754: HuisarchiefTwickel (HAT) inv.nr.3759 4) HAT inv.nr. 4745 Markeboek Azelo 5) HAT inv.nr. 2756-1 6) HAT inv.nr. 2756-4 7) HAT inv.nr. 3767 8) HAT inv.nr. 2508-1 (bijlagen) Het Meestershuis. Foto: A.C. Meyling.