pagina 17 herfst 1998

Vriendenkring van Haagse jongeren laat sporen na in huisarchief Twickel De Orde van Tombago, een literair college uit het begin van de achttiende eeuw Op 16 mei 1703 kwamen drie adellijke heren en tien adellij- ke dames in Den Haag bij elkaar om afspraken te maken. Om ‘de groote en eendragtige Liefde en genegentheijd’ tussen hen te benadrukken, hadden zij besloten een ‘Ordre en Minsaeme Collegie’ op te richten onder de naam ‘De Orde van Tombago’, waarvan ‘een seker getal van Vrienden, van beijde de Sexen’ lid zou zijn. Een speciaal voor dit genoot- schap ontworpen lakzegel bestempelde hun verbond. Florielle Ruepert Deze gegevens zijn afkomstig uit de statuten van een college dat De Orde van Tombago werd genoemd. Naast de lijst van namen van de deelnemers van het eerste uur en ItLl/tUb i Jsnitdm ifwrmiL vox UlJlm i/bmviUti Aw, Am> /hiebrfi, Sit Amk. jlmwh Jjamtc (%,m t/frkiu* ibulxiu l/hrtmuii , . . dloMA. iftfarm/h1 Am. tftty rid tfmwfc wijuira v<m Gdm$. ijmJjA, frnua. GmfAli- Jjm-iLiuahb i,th Eerste pagina van de statuten van de Orde van Tombago. Foto: A. Nawijn. de functies die ze bekleedden, zijn er in de statuten achttien artikelen opgenomen waaraan de deelnemers zich moesten houden. Dit en andere documenten van De Orde van Tombago zijn terecht gekomen in huisarchief Twickel. Genootschapsleven In de zeventiende en achttiende eeuw kende ons land een bloeiend genootschapsleven. Een genootschap is eigenlijk een overkoepelende term voor een aantal genoot- schapsvormen zoals societeit, broederschap of college. Een college is een genootschapsvorm die in de zeventien ­ de en begin achttiende eeuw regelmatig voorkwam. Men kwam bijeen om het gemeenschappelijke doel uit te voe- ren. Dat doel kon bijvoorbeeld muziek maken, literatuur bespreken of het schrijven van gedichten zijn. Een college was aan door henzelf vastgestelde regels gebonden. Elet was voor de deelnemers belangrijk dat men de samenkomst bijwoonde. Het college was dan ook een lokaal verschijnsel. Collegia die in die tijd regelmatig voorkwamen waren de ‘collegiamusica Ookenkele deel ­ nemers van De Orde van Tombago zaten in zo’n collegium musicum. Deelnemers Wie waren nu deze ‘Haagse’ edelen die aan De Orde van Tombago deelnamen? Het gezelschap bestond uit lieden die geen vreemden voor elkaar waren, zoals hierboven al werd genoemd. Zij waren afkomstig uit drie families die met elkaar in contact stonden, te weten: de familie Van Wassenaer Obdam: Johan Hendrik en zijn drie zusters, 1) de familie Van Wassenaer Duyvenvoorde: Jacob Emmery en twee zusters en schoonzusters, en de familie Van den Boetzelaer: Jacob Godefroy en zijn zuster. Dan blijven er nog twee dames over die niet rechtstreeks tot deze families behoorden. Deze families verkeerden in het politieke milieu uit die tijd en de mannen bekleedden dan ookhoge politieke func ­ ties. De vrouwen hadden veelal een muzikale opvoeding genoten. Johan Hendrik had een belangrijke rol gespeeld op het artistieke en culturele terrein in Den Haag en was daamaast een groot verzamelaar. Wie de initiatiefnemer was tot de oprichting van De Orde van Tombago is niet bekend. Wei is bekend dat alleen de mannelijke deelnemers een functie toebedeeld kregen binnen het genootschap. Zo was Jacob Emmery de ‘President’, Johan Hendrik de ‘Groot Canselier’ en Jacob Godefroy de ‘Tresaurier en Secretaris’. Het zou kunnen dat de president de initiatiefnemer was, maar in dit geval behoeft dat niet, omdat bij de adel gold dat de oudsten -en Jacob Emmery was de oudste- voorrang kregen op de jong- sten.