pagina 17 herfst 1995

Kaartje metde vanuit de Drost van Twenthe te maken wandelingen in het Twickelse bos, ansichtkaart ca. 1935. Exploitatie In de periode 1906-1932 staat de vergunning tot het ver- strekken van sterke drank op naam van baron Van Heeckeren. Deze is uiteraard niet zelf achter de tap gaan staan. Colenbrander runde het bedrijf, maar de exploitatie kwam onder toezicht van Twickel; de in- en verkoop geschiedde van en voor rekening van de baron. De huurder ontving een vast weeksalaris en een deel van de winst. Ondertussen verliepen de zaken voorspoedig. In 1932 bij de overschrijving van de vergunning op naam van de huurder Hein Haverkamp is de situatie als volgt. „Het hotel-pension bestaat uit een gelagkamer, eetka- mer, bovenvoorkamer, bovenachterkameren een serre. De hotelgelegenheid bestaat uit 6 kamers. De inrichting is vooral in de zomermaanden een centrum van het uitgaand publiek in Twente. In de tuin vinden concerten plaats van het Hengelosch Mannenkoor, het Gemend Koor, „Orchestvereniging”, de Hengelosche Kapel en de man- dolineclub. De naast de tuin gelegen speeltuin vomit het centrum van vele school-, buurt- en volksfeesten”. Voor bezoekers van de Twickelse bossen die hier hun paarden en auto’s stalden werd „De Drost” een geliefd adres voor het eten van „flensjes en spekpannekoeken”. Jan Plezier Reinier Bussink uit Zutphen zette in 1942 de zaak op dezelfde voet voort. Hij was getrouwd met Anna Kluvers, die haar jeugd had doorgebracht op Carelshaven. Na het overlijden van haar man zette mevrouw Bussink de zaak nog voort tot 1970. Aan haar danken we nog de volgende wetenswaardig- heden. Hoewel zij zelf het reilen en zeilen van het bedrijf in het begin van deze eeuw niet had meegemaakt wist mevrouw Bussink die als zovele ouderen een geweldig geheugen had, zich uit haar meisjesjaren nog te herinneren dat de Drost van Twente gedeeltelijk in bedrijf was geweest als boerderij. Er werd een weiland bijgepacht voor de koeien en er was ook een koestal. Daamaast hield men paarden, die bij partijen en bruiloften met de Jan Plezier het bos introkken. De op de bovenverdieping gesitueerde logeerkamers dienden onder meer als onderdak voor werklui op Twickel. Aanvankelijk werden de kamers met houten schotten van elkaar gescheiden. In 1928 plaatste de firma Beltman uit Deventer de tussenmuren. De uitspanning wordt in de laatste tien jaar geexploi- teerd door vader en zoon Olde Olthof. Gaston Olde Olthof, die dit jaar de leiding over de „L’Auberge In den Drost van Twente” van zijn vader overnam, streeft er naar om blij- vend een positie bij de culinaire toptien van restaurants in Twente te handhaven. „Wij streven naar een hoog niveau. Nee, een Michelin- ster ambieer ik niet. Dat roept alleen maar verwachtingen op, die je permanent moet waarmaken. Ik heb liever gasten die tevreden naar huis gaan en van oordeel zijn dat de „Drost” veel te laag is ingeschaald”. Ongedwongen In het restaurant naast de voormalige rentmeesterij streeft men naar een ongedwongen en gemoedelijke sfeer in combinatie met culinaire perfectie. „Er moet kunnen worden gelachen”, vindt Olde Olthof. Hij wil z’n gasten verwennen en graag wegwijs maken in de zeventien pagi- na’s tellende wijnkaart. Goedkoop is het niet. Zo’n 125 gulden per persoon moet wel worden betaald voor diner met wijnen, maar daarvoor doen de acht personeelsleden alles om er een plezierig en culinair hoogstaand genoegen van te maken. „We merken dat er een grote groep mensen is die bereid is om dit te betalen voor een etentje waar dan ook wat wordt geboden. Natuurlijk slagen we er niet in om het iedereen naar het zin te maken. Dat kan ook niet. Maar we merken dat veel mensen vaak terugkomen. Zo’n 80 procent van de gasten zijn regelmatige bezoekers. Dat schept vertrouwen. Je voelt mensen aan. En het biedt ons de mogelijkheid om trendsetter te zijn met nieuwe gerechten. Want we willen onze gasten beslist af en toe verrassen met nieuwe hapjes”. Elzas Als sterke punten van zijn restaurant noemt Olde Olthof de ongedwongen sfeer en zo af en toe een gedurfd nieuw- tje op de menulijst. Zoals gerechten waarin vis en vlees zijn verwerkt. Of hij beveelt een van zijn vele wijnen uit de Elzas aan. „Ik ben een fervent liefhebber van witte wijn. En helemaal van de Elzasser wijn nadat ik 2,5 jaar in dit gebied heb gewoond. Wijn is echter een kwestie van persoonlijke smaak. Ik zit er natuurlijk ook wel eens naast. Dan zijn we best zo sportief om een ander fles open te trekken”. In de zes tweepersoons hotelkamers ontvangt hij veel gasten die speciaal de Drost bezoeken om de fiets- en wan- delmogelijkheden op het landgoed Twickel. De combina ­ tie van wandelen of fietsen en culinaire verwennerij