pagina 17 3 1990 tijdschrift

moest houden om het vaderland de hand te bieden. Dat bevel zag ten deele op Zwolle, en ten deele op Hasselt, hetwelk door de Gelderschen belegerd was. Maar de Staten van Overijssel, dien het vuur wel het naast aan de schenen lag, bragten wezentlijk eenig volk te zamen om het beleg van Hasselt op te slaan, hetwelk evenwel niet gelukte. Dat volk begeerde niet, op de belegeraars aan te vallen, voordat men hun hunne soldij betaal- de, waartoe de bevelhebbers geene kans zagen, en daarom eerst de Velu- we afstroopten, in de hoop, daar genoegzamen buit te maken ten einde de soldaten te kunnen betalen. Zij kregen ook veel buits, die onder anderen uit omtrent vijf duizend beesten en twee honderd boeren bestond, welke zij gevangen mede sleepten. Zoodra hertog Karel kennis van dat voorval be- komen had, bragt hij in allerijl zoo veel volk, zoowel sodaten als burgers uit de naaste steden bij een, dat hij de Over-IJsselschen daarmede kon gaan opzoeken. Hij trot hen aan omtrent Apperloo, en het kwam tot een hevig gevecht, waarin de Gelderschen eene volkomene overwinning behaalden. Het getal der gevangenen, voornamelijk van Deventerschen adel, was zoo groot, dat de gevangenhuizen van Zwolle daarmede opgepropt werden. Jan Kroeze, rentmeester van Sallandt, en Willem van Deutekom, schout van Deventer, werden bij beurten te Hattem in de Wassenaars-kooi op- gesloten, doch naderhand naar Arnhem gevoerd. Deze kooi is vervolgens ook van Hattem naar Arnhem overgebragt, en de ring, welke in een’ benthemersteen is bevestigd en waaraan deze kooi heeft gehangen, wordt nog , te Hattem op het stadhuis bewaard. 67£&9 VA VKAin. 0« S.WJ ZIKM.