pagina 20 zomer 2001

Het houten draaihek. Foto: F. Vollema. rechte stuk kwamen we tot de ontdekking, dat we het schapengaas op de kop hadden geplaatst, zodat de grote gaten beneden zaten, groot genoeg voor lammeren om er door te kunnen. Ach, een beginnersfout. Op de plaats van het oude ijzeren hek naar het weiland kwam een prachtig houten draaihek, zoals je die ook altijd ziet in de landschappen van Klaas Bemink. Ze waren aan het verdwijnen, maar je ziet ze de laatste tijd weer wat meer. Voor de oprit dachten we aan oude straatsteentjes. Het was niet eenvoudig om daar aan te komen. Het ging echt met hele kleine vrachtjes, uiteindelijk niet genoeg voor het hele stuk. Een gedeelte hebben we verhard met gemalen puin, ook niet lelijk. Na een paar jaar hebben we een hovenier met enig gevoel voor boerenerven ingeschakeld. Dit leidde onder andere tot het inplanten van de traditionele beukenhaag. Het onderhoud van de bloementuin was niet eenvoudig. Het was een onophoudelijk gevecht met hardnekkig onkruid vanuit de boomgaard. De boomgaard Omstreeks die tijd veranderde ik van werkgever. Het afscheidscadeau van mijn collega’s bij Stork was een ruime ‘bomenbon’ en daar konden we mee vooruit. Het zou weer een ouderwetse boomgaard moeten worden met half- en hoogstammige vruchtbomen. Uit nostalgische overwegingen wilden we ook een moerbeiboom planten. Aanvankelijk lukte het niet zo’n boom te vinden. Op een gegeven moment kwam een kennis ereen bezorgen, rechtstreeks uit Boskoop. Het renoveren van de boomgaard bleek echter een kwestie van lange adem te zijn. Vooral bij de hoogstam ­ mige bomen kan het heel wat jaren duren voor er vruchten komen. Niet alle bomen redden het. zodat af en toe moest worden herplant. Na een jaar of vier stond de ’moerbei ­ boom’ voor het eerst volop in bloei. Toen de eerste vruchten gingen rijpen bleken het echter mispels te zijn. Na een jaar of tien konden we genieten van een grote variatie vruchten. Helaas waren de spreeuwen ons met de meikersen meestal te vlug af, maar dankzij de grotere bladeren ging het met de hedelfmgerkersen beter. Natuurlijk heb je van alles te veel. Een paar keer per week namen we naar ons werk een zak walnoten of appels mee voor algemeen gebruik en verder konden we ook wel het een en ander kwijt aan familie, vrienden en kennissen. Verder is een boomgaard ook aardig om te zien. De moestuin A1 vrij snel had ik in de gaten, dat de moestuin te groot was. Gelukkig wilde een Deldense vriend wel de helft overnemen. Aldus geschiedde. Als Joop weer eens een dag flink bezig was geweest, hoorde ik de volgende dag van de buurman: “Oew breur was der ok weer”. Het heeft enige jaren geduurd voordat het een beetje lukte om zodanig te planten en te zaaien dat er wat spreiding in de oogst kwam. Maar ieder jaar hebben we genoten van de peultjes en de worteltjes. Een vakantie van twee weken was echter veelal te lang om weerde baas te worden in de moestuin. Soms liep het uit de hand. Toch herinner ik me, dat goede ideeen om moeilijke situaties in mijn werk op te lossen vaak boven kwamen onder het spitten en wieden. De oude laan De voorkant van de boerderij ging schuil onder de enorme zijtakken van de oude eiken van de Albersdijk. We hadden daar een bankje staan. Op warme zomeravonden zat je daar heerlijk, onvergetelijk. Als de avondvierdaagse voorbij kwam zaten we daar ook altijd. Drie meter van de voordeur heb ik op een gegeven moment ook de plek gevonden waar vroeger de waterput was. Eenmaal gevonden ben ik hem gaan uitgraven. Hij was opgebouwd uit baksteen, helaas geen Bentheimer steen. Op dat moment lukte het niet om ergens een putrand te bemachtigen en omdat het zonder zoiets een onveilige