pagina 16 winter 2009

Op excursie door “het mooiste gebied” van Twickel De Breeriet is normaal gesproken niet toegankelijk voor publiek. Tu/ee maal per jaar, en op aanvraag voor groepen, gaat de poort van het natuurgebied open. Een verslag van een excursie onder leiding van voormalig jachtopzichter Hans Spijkerman Ongewenste bezoekers worden bestraft met een boete van 57 euro meldt het bord bij de toegangspoort van De Breeriet. Maar de tiental belangstellenden die zich op deze zonnige nazomerdag verzamelen, hoeven de portemonnee niet te trekken. Zij zijn welkom en mogen ongestoord wandelen in het voormalig moerasgebied. De Breeriet is ruim tien jaar geleden gere- noveerd (zie kader) en was voor die periode moeilijk toegankelijk. “Maar toen ik in Twickel kwam werken, was dit voor mij gelijk het mooiste gebied”, zegt Spijkerman tegen de bezoekers. Spijkerman, die 35 jaar als jachtopzichter heeft gewerkt, houdt wel van gebieden waar de natuur zoveel mogelijk zijn gang kan gaan. “Je kon er nauwelijks door, dit was net een oerwoud.” Nu wijzen de brede wandelpaden, in vloei- ende lijnen aangelegd, de bezoeker de weg. De gele wegwijsbordjes heeft Spijkerman niet nodig; hij kent hier bij wijze van spreken elke boom. En dat zijn er vele, van verschillende soorten. De varieteit aan planten en bomen in de bosranden schotelt de bezoekers een kleurrijk schouwspel voor. Sommige planten hebben een medicinale werking, legt Spijkerman uit, terwijl hij speurt naar echt duizendguldenkruid. “Werkt tegen darmklachten.” En dan zijn er 00k nog de dieren. Na enkele tientallen meters te hebben gelopen, houdt Spijkerman halt. “Hoor, een bonte specht”. Het is niet de enige vogelsoort die hier huist. “De boom- valk, buizerd, havik, sperwer. Alles broedt er”, doceert Spijkerman. Maar afgezien van een reiger, een buizerd en een ver- dwaalde aalscholver laten weinig vogels zich tijdens deze excursie zien of horen. Het is in dit jaargetijde een stuk stiller dan het voorjaar, verklaart Spijkerman. “Dan is het hier net een orkest.” Het geluid van de auto’s op de rondweg dringt jammer- genoeg wel door, merkt een bezoekster op. “Dat kunnen we niet meer terugdraaien”, zegt Spijkerman. Het feit dat het landgoed doorkruist wordt door wegen en het Twentekanaal eist jaarlijks vele levens. “Zo’n vijftig tot honderd reeen per jaar.” En in het donker willen trekvogels nog wel eens tegen hoogspanningsmasten vliegen. Even verder knielt hij bij een afdruk van een reepoot in het pad. In dit jaargetijde is het even zoeken. “De paartijd zit er net op. Tot half augustus is het ‘oorlog’ in het bos, dan is het pad een en al spoorvorming.” De route voert verder, onder een kolossale, omgewaaide moerascypres door. “Ik noem dit het monument van Breeriet”, zegt Spijkerman. De cypres is een van de vele uitheemse boomsoorten die bij de aanleg geplant zijn. Bij de restauratie is er fors uitgedund, maar zijn er aan de hand van oude plantlijsten 00k weer bomen aange- 1