pagina 16 winter 2006

Nieuwe opdrachten In 2001, 2004 en 2005 werd Jansen op- nieuw benaderd door Stichting Twickel met het verzoek of hij weer z’n laarzen wilde aantrekken om wederom de terrei- nen in te gaan, waar hij een kleine tien jaar tevoren 00k was geweest. ‘‘De opdracht was, geef aan wat er goed en niet goed is gegaan, en wat beter moet. Kort samenge- vat, er is veel goed gegaan,” zegt Jansen. “Veel ‘rode-lijstsoorten’ zijn teruggekeerd. Dat zijn plantensoorten die vrijwel uitge- storven zijn of de laatste decennia sterk achteruit zijn gegaan. In alle natte heiden zijn na plaggen en het nemen van anti-ver- drogingsmaatregelen kleine zonnedauw, gewone dophei, moeraswolfsklauw, bruine en witte snavelbies teruggekomen. Eigen- lijk kan ik wel stellen, dat de meeste bij- zondere soorten die in de verschillende gebieden thuishoren, zijn teruggekeerd. Een eclatant succes! Ook in de vennen zijn veel soorten teruggekeerd of hebben bij- zondere soorten zich uitgebreid na het nemen van maatregelen. Ik ben er wel achtergekomen dat ik het sy- steem van het Schijvenven indertijd niet goed begrepen heb. Omdat de zaden van die soorten nog in de grand zaten, konden Kleine zonnedauw. Andr6 Jansen. planten na het nemen van maatregelen te- rugkeren.Tijdelijk, is nu gebleken! Met stu- denten en docenten van de Hogeschool ben ik in 2004 weer op onderzoek uitge- gaan. Het Schijvenven ligt op keileem, een slecht doorlaatbare grondsoort. Waar we nu achter zijn gekomen, is dat door alle zure depositie van de afgelopen dertig jaar, zowel van zwavel als van stikstof, het kleine beetje kalk wat er nog was, nu weg is. We hadden geadviseerd alle afvoer uit het ven te stoppen. Het kostbare kwelwater moest worden vastgehouden. Uit ons vervolgon- derzoek bleek echter dat dat kwelwater zuur was en dat door het ontbreken van een afvoer minder kwelwater het ven kon bereiken. De soorten die net van een beet ­ je kalk afhankelijk waren, konden daarom niet meer voorkomen. We hebben voorstel- len ontwikkeld om weer afvoer uit het ven te genereren en om kalk aan de bodem op de hoge ruggen toe te voegen. Daar treedt het water in en dat treedt dan weer uit aan de randen van het Schijvenven. Zo kun je de lichte buffering die je vroeger had, weer herstellen.” Blauwgraslanden Ook veel plantensoorten in de Blauwgras ­ landen, die voorkwamen in het Vorgers- veld en in het Boddenbroek, zijn terugge ­ keerd. Weliswaar minder compleet dan in de vennen, maar toch is Jansen daar posi- tiefgestemd over. “De plantensoorten, die in de vennen thuishoren, maken zaden aan die heel lang kunnen overleven, maar veel soorten van het Blauwgrasland niet. Ben je die soorten eenmaal kwijt, dan krijg je ze nauwelijks terug. Bovendien stellen deze soorten nog kritischer eisen aan de waterhuishouding dan die in de vennen. Wil je het helemaal goed krijgen, dan moet je dus ook in de verdere omgeving ingrijpende maatregelen nemen. Maat- schappelijk gezien, is dat lang niet altijd mogelijk! Je kan natuurlijk ook zeggen, moeten we het allemaal willen herstellen? Moeten we de natuur niet zijn gang laten gang? Maar dat is een keuze die gemaakt moet worden door de beheerder, Twickel dus in dit geval; en niet door de onderzoeker!” Joan Vermeulen AndrdJansen studeerde biologie aan de Rijks- universitet van Croningen met specialisatie hydro-ecologie. Vanafig88 deed hij bij Kiwa Waterresearch onderzoek naar de verdrogings- problematiek en naar mogeijkheden tot ecotogisch herstel van verdroogde natuurge- bieden; op weik ondenverp hij promoveerde. Sinds 2003 is hij voor twee dagen per week werkzaam als lector bij het Waterkennis- centrum aan de hogeschool Van Hall Larenstein. En vanaf begin 2005 werkt hij bij de Unie van Bosgroepen als coordinator van het ‘Overlevingsplan Bos en Natuur. Deze meeste van deze gebieden, alien in de buurt van kasteel Twickel gelegen, zijn niet voor het publiek toegankelijk. In het voorjaar zullen er excursies naartoe geleid worden, waarvan u op de hoogte wordt gesteld. Kiwa: onafhankelijk kennisinstituut voor water en aanverwante milieu-en natuuraspecten.