pagina 16 winter 1993

verheid een zekere rol heeft gespeeld. Van het vlas dat op Twickel verbouwd en gesponnen werd, maakten de pach- ters boerenkielen. Met deze kielen konden pachters in natura hun verschuldigde pacht voldoen. Twickel verhan- delde ze dan op de regionale markten.” Context Het nieuwe van dit boek is dat we nu voor de eerste keer een verhaal van A tot Z hebben. Twickel wordt in dit boek voor het eerst binnen de regionale en vaderlandse context geplaatst. Tot dusver zijn huizen zoals Twickel heel ande- re functies toegedicht. Men zag ze voomamelijk als kunsthistorische objecten of als beleggingsvorm van de adel. Aan de ware omvang van de macht van Twickel werd vaak voorbijgegaan. Daarbij overstijgt Twickel het regio ­ nale belang. Dat Twickel eens een heus centrum van eco- nomische bedrijvigheid en politiek was, vond je niet in de literatuur. Een pachter bijvoorbeeld had in de dagelijkse praktijk op alle gebieden van de samenleving met de macht van de heer van Twickel te maken: als pachtheer, als rech- ter en bovendien als baas van de kerk. Opzienbarend Door archiefonderzoek kan men tot opzienbarende nieuwe inzichten komen en ook bepaalde Twickelmythes ontzenuwen. Zo menen de beide auteurs nu aanwijzingen te hebben, die de gangbare theorie als zou Twickel ver- plaatst zijn, onhoudbaar maken. “Aan de koopakte van de boerderij ‘t Eijsink die Herman van Twickelo in 1347 kocht, is het zegel van de richter en de schepenen van Delden verbonden. Dat bewijst dat het binnen het rechtsgebied van Delden lag. Tot dusver ging men er van uit dat een zekere boerderij Het Eijsink, die vermoedelijk op het zuidoostelijk deel van de Deldeneresch stond, na aankoop door Van Twickelo afgebroken zou zijn om plaats te maken voor een bescheiden edelmanshuis op de plaats van het huidige kasteel. Dit zou hoogst ongebruikelijk zijn geweest. In de Twentse bouwkunsttraditie bouwde men op of vlak naast de oude behuizing een nieuwe. Wij zijn tot het inzicht gekomen dat uit de boerderij het Eysink in de loop van de jaren een edelmanshuis is ontstaan. Voor de theorie van de verplaatsing over 500 meter hebben wij geen bewijzen aangetroffen”, legt Haverkate uit. Mythes Jan Haverkate laat het niet bij een enkel voorbeeld, maar rekent af met nog enkele Twickelmythes. “Bij de zandstenen versieringen rond en boven de deur in de voor- gevel van kasteel Twickel vindt men de eerste steen, naar men aannam aangebracht door de 16e-eeuwse bouwers Goossen van Raesfelt en Agnes van Twickelo, met het jaartal 1551 in Romeinse cijfers. Waarschijnlijk heeft Goossen van Raesfelt de zaken hier mooier voorgesteld dan ze waren. Van Raesfelt is, zo blijkt, pas na haar dood begonnen met het uitgeven van veel geld aan bouw- werkzaamheden. Ook Adolf Hendrik verdenken wij ervan de feiten wat verdraaidte hebben. Hij claimtzonderbewijsbij herhaling dat Twickel veel ouder zou zijn dan de stad Delden. De reden hiervoor is dat Twickel daardoor dan de oudste rech- ten kon doen gelden en zo meer macht had. De Tachtig- j arige oorlog bracht Twickel tot een bankroet aan het begin van de 17e eeuw. Tijdens het Twaalfjarige Bestand maak- te Johan van Raesfelt zich schuldig aan de schaking van de rijke Anna van Delwich. Via een afgedwongen huwelijk waarbij haar bezittingen op hem zouden overgaan, pro- beerde hij Twickel weer een financiele injectie te geven” Maatschappelijke interesse De Van Twickelo’s legden de basis voor het Overijs- selse goederenbezit, de Van Raesfelts bekleedden als drost het belangrijkste politieke ambt van Twente, de Van Wassenaers brachten het geld in en stonden in dienst van de Republiek, de Van Heeckerens tenslotte brachten ken- nis in en verffaaiden het landgoed Twickel en bouwden het goederenbezit uit tot zijn huidige omvang. Dat de Van Heeckerens ook tot 1860 nog veel politieke invloed uitoe- fenden is volgens Jan Haverkate minder bekend. Zo was baron J.D.C. van Heeckeren van Wassenaer wethouder van Ambt Delden en lid van de Provinciale Staten en van de Eerste Kamer. Jacob Derk Carel baron Van Heeckeren had een brede maatschappelijke interesse. Hij was betrok- ken bij de oprichting van de spoorlijn Zutphen-Hengelo, was commissaris van de IJssel-Rijn Stoombootmaat- schappij en was een van de grondleggers van de eerste Twentse middelbare school, de Twentse Handels en Industrieschool. Verlicht “Ik had tij dens het schrij ven soms het idee dat die zeven- tien mensen over mijn schouder zaten mee te kijken. Ik bekijk Twickel nu met geheel andere ogen. Denkend aan Twickel zie ik nu rentmeester Martens van de bisschop van Utrecht voor me, die hier op Twickel gevangen heeft geze- ten. Ik denk ook aan de zwakzinnige broer van Adolf Hendrik van Raesfelt. Het doel van dit boek is Twickel en haar bewoners te plaatsen in dit gewest, in de republiek en in de tijd. Ik heb getracht die mensen tot leven te laten komen, met als basis het archief. Het boek toont mensen van vlees en bloed met al hun menselijke zwakheden, die op knooppunten van macht zaten. Toch blijkt dat op Twic ­ kel, ook vergeleken met andere landgoederen, die macht altijd op een redelijk verlichte wijze tot uitdrukking is gebracht. De bestuurders, zo blijkt, stonden midden in de maatschappij, sterker nog ze waren nauw verweven met de bevolking” aldus een bevlogen Haverkate. Bijgesteld “Jan heeft veel feiten in zijn hoofd moeten houden tij ­ dens het schrijven van dit boek. Belangrijker nog is dat hij alles moest weten te combineren tot een leesbaar geheel. Hij is daar goed in geslaagd. Door kritische bestudering van de bestaande literatuur in combinatie met het lezen van de stukken in het archief is nieuw materiaal ontstaan. Het boek zal evenals de nu vol- tooide archiefinventaris zeker uitnodigen tot verder onder- zoek. Het huisarchief herbergt nog vele gegevens, die het waard zijn om nader uitgezocht te worden. Door nader wetenschappelijk onderzoek zal het historisch beeld van Twickel zeker nog verder bij gesteld kunnen worden”, con- cludeert Aafke Brunt.