pagina 16 voorjaar 2011

“Het is goed dat bestuurlijke verversing komt” Albert Kienhuis neemt op de komende ledenvergadering afscheid als voorzitter van de Vereniging Vrienden van Twickel. Na drie bestuurs- termijnen van drie jaar, waarvan twee als voorzitter, treedt hij terug. Paul Koppen de Neve voIgt hem op als voorzitter/secretaris. Op de drempel van zijn afscheid roept Albert Kienhuis de leden op actiever te worden. “Het is jammer dat kennis ongebruikt blijft." Vanuit zijn huiskamer aan de rand van de Hengelose wijk Woolder Es kan Albert Kienhuis het landgoed Twickel bijna aan- raken. Die verbondenheid, alsmede zijn “donkergroene hart", brachten hem ertoe om in de jaren tachtig lid te worden van de Vrienden van Twickel. In 2002 trad hij toe tot het bestuur en in 2005 nam hij de voor- zittershamer over van Peter Bunge. U mag statutair niet doorgaart. Voelt u dit als een gedwongen aficheid? “Nee hoor, die termijnen zijn er niet voor niets. Bestuurlijke verversing is prima. Dat brengt nieuwe ideeen en een andere kijk. Dat is 00k voor een vereniging als de onze heel goed." Wat voor nieuwe kijk en ideeen hebt u de vereniging in uw bestuursperiode gebracht? (na een stilte) “Het zijn langzame proces ­ ses We hebben vooral geprobeerd om goed te communiceren. Zowel richting onze leden als de Stichting Twickel. Goed communiceren is iiberhaupt lastig maar ik vind het wel jammer dat het soms lijkt of het bestuur de vereniging is, maar dit is inherent aan dit soort clubs. Als je niet uitkijkt, ga je als bestuur te ver voor de troepen uitlopen.” Moeten de leden zich meer laten gelden? “Dat vind ik wel. Ik denk namelijk dat er heel veel betrokkenheid maar 00k veel kennis onder de leden is. Dit blijft nu on ­ gebruikt, dat is jammer. Ik heb getracht om de betrokkenheid meer zichtbaar te maken door bijvoorbeeld de natuurwerk- dag nieuw leven in te blazen. Dat zijn geen levensgrote projecten maar het geeft mensen de mogelijkheid om hun vriend- schap concreet te maken." Het ledental is in uw periode gegroeid van 1400 naar 1800 leden. Daaruit blijkt een groeiende betrokkenheid! “Ja zeker en ik ervaar dat 00k als heel positief. Ik denk dat het ledental stijgt om- dat mensen zien dat de maatschappelijke druk op Twickel om het landgoed zo goed mogelijk te behouden, redelijk groot is. Door lid te worden van de ‘Vrienden’ geven ze aan dat ze Twickel belangrijk vinden. Ook de verbeterde kwaliteit van het Twickelblad heeft leden getrokken. En er is een grote belangstelling voor het interes- sante activiteitenprogramma, waarbij elk jaar het bezoek aan het kasteel en de excursie overtekend zijn.” Hoe typeert u de relatie tussen de Vrien ­ den van Twickel en de Stichting Twickel? “Als positief. De verstandhouding was en is goed. Ik heb ervaren dat de Stichting onze betrokkenheid als positief ervaart. De Stichting ziet het bestaan van de VVT als relevant en Wn van de pijlers onder het bereiken van haar doelstellingen. Maar het is geen 6en op £en-verhouding en daar moet je ook niet naar streven. De Stichting kan wel zonder Vrienden, maar de Vrien ­ den niet zonder Stichting. Wij hebben beide een andere verantwoordelijkheid. Dat is voor sommige van onze leden wel eens verwarrend geweest. Neem bijvoor ­ beeld de commotie over de mountainbike- route. Dan vragen leden ons om uitleg. Albert Kienhuis: “De Vrienden kunnen niet zonder Stichting, maar de Stichting wel zonder vrienden.