pagina 16 najaar 2008

Een goede buur… ’t Warmtink, Deldenerbroek Ogenschijnlijk met doodsverachting zwaaide hij zijn lange benen over het hek en belandde tussen acht of negen ton stierenvlees. Ik vreesde het ergste. Met een vriendelijk klopje op hun flanken maande Hein Bakker de beesten op te staan, zodat ze fatsoenlijk op defoto stonden. Het Hep goed af. Zo’n driehonderd van deze dieren heeft hij, stieren, koeien en kalveren van het Franse ras Blondes d’Aquitaine, een popu- lair vleesras dat via kruising van drie regi- onale stamboeken is ontstaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Landgoed ’t Warmtink, zo’n vier kilometer ten westen van Delden, is door vererving in bezit gekomen van Heins familie. De opper- vlakte is 150 hectare; 100 ha landbouw- grond en 50 ha bos. Er zijn acht erven welke alle in erfpacht zijn uitgegeven. Reeds in 1430 wordt Erve Warmtink voor eerst genoemd als leen van Borculo met als leenman Willem Ribbert. De volgende bewoner is Arent de Reiger, die vermoede- lijk in 1552 een omgracht huis liet bouwen. Vervolgens was het landgoed van 1746 tot 1816 in bezit van de familie Gewin, geen onbekende naam in Delden, die het huis in 1784 – zoals dat heette – verfraaide en in het park door landschapsarchitect Zeiger een slingertuin liet aanleggen; min of meer een primeur voor die tijd. Anthony Oberman De enige afbeelding van het huis is een olieverf schilderij door de Amsterdamse schilder Anthony Oberman, die het huis in 1807 schilderde met op de voorgrond de toenmalige eigenaar Johan Christoffel Gewin. In 1816 werd het landgoed verkocht aan Egbert Coster en diens schoonzoon Hendrik ten Cate, beide textielfabrikeurs in Almelo. In 1840 vervingen ze het huis door een boerderij en zetten de tuinen om in bouwland. Sterrenbos en eikenla- nen bleven gehandhaafd, nu nog steeds een duidelijke aanwijzing dat hier een landgoed huist. De boerderij overigens is er 00k nog steeds. Waar ooit de bewoners van’t Warmtink zich verpoosden in de formele tuin, grazen nu grote kuddes runderen, opval- lend door hun lichte, enigszins beige kleur. ’s Zomers buiten en’s winters in groepen in de enorme potstal. Het potstal- systeem is vanouds op de zandgronden toe- gepast; de dieren lopen op een laag stro welke steeds wordt aangevuld, zodat ze steeds hoger komen te staan. Wanneer nodig wordt de mest weggehaald en uitge- reden over het land. Opvallend op dat bouwland is de diversiteit van de gewassen; naast het grasland valt niet alleen de mats op, die kun je 00k moei- lijk over’t hoofd zien, maar 00k verbouwt Hein koolzaad, wintertarwe en rogge, deels als voer en deels als groenbemester. Al jong wist Hein Bakker dat hij boer wilde worden, dus ging hij na de middel- bare school naar de Hogere Landbouw- school met de bedoeling melkveehouder te worden. Hij werd uiteindelijk vleesveehouder omdat een zoogkoeienhouderij een van de weinige mogelijkheden was die de toenmalige hinderwet bood. Gecertificeerd scharrelveebedrijf Hij begon eerst met kruislingen doch kwam tenslotte terecht bij de Blondes, die een goede vleesontwikkeling hebben en makkelijk afkalven. De dieren zijn niet zo mak als melkvee, zowel qua aard als door het feit dat je ze zelden ‘in de hand’ hebt, zoals bijvoor- beeld het geval is bij het melken van melkvee.Selectie is dus 00k daarom van groot belang. De stieren lopen tussen de koeien, signa- leren direct of een koe tochtig is en doen hun werk. De draagtijd is tussen de negen en de tien maanden. De kalveren worden gespeend op een leeftijd van vijf S zes maanden, zodat ze een ander rantsoen Porkaanleg doorJ.A. Zeiger 1778 (De Kleyne Crond Kaart). Vroegere huisplaats van Warmtink. kunnen krijgen en hun moeders de kans krijgen al hun energie te steken in de vol ­ gende dracht. De stieren gaan na zo’n 24 maanden naar de slacht; ze wegen dan bijna tooo kg, waarvan geslacht 600 kg