pagina 16 herfst 1997

Twickel, 650 jaar in particuliere hand Een bijdrage aan het jubileum nummer van zeshonderdvijf- tig jaar Twickel moet beginnen met het uitspreken van een eerbiedige gelukwens. Als voorzitter van de Federatie Particulier Grondbezit, betuig ik namens alle leden en met name de leden die landgoederen bezitten, onze diepe bewon- dering en waardering over de monumentale wijze waarop Twickel het goede landgoedbeheer door de eeuwen heen heeft ten toon gespreid. Twickel vervult een voorbeeldfunc- tie voor alle particuliere eigenaren. Het meest kenmerkende van particulier beheer ligt naar mijn mening in de wijze waarop van geslacht op geslacht, generatie na generatie, het beheer en daarin de zorg, de lief- de en de vreugde wordt overgedragen. Anders dan bij andere categorieen eigenaren is het kriterium voor een goed particulier beheer meer gelegen in de vraag wat het voorgeslacht, de vorige eigenaren en beheerders van het huidig beheer zouden vinden, dan de vraag wat ’’men” er van vindt. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat het oordeel van het verleden in evenwicht is met het oordeel van de ’’men” van nu. Dit geeft het spanningsveld aan waar het huidig beheer voor gesteld staat. De vorige generaties hoefden geen reke- ning en verantwoording af te leggen over het beheer anders dan aan zichzelf. Voor hen gold: “wat goed is voor Twickel, is goed en welbesteed, en dus ook goed voor mij”. Op basis van deze grondgedachte is door veel opeenvol- gende eigenaren heel veel geofferd en gei Inspanningen die tot gevolg hadden dat de landgoedeige- naar vaak tot het uiterste van zijn financiele mogelijkheden ging. Daarbij mochthetvermogen -Twickel-niet aangetast worden. Doordat een buitenstaander, en dat was eigenlijk in die tijd iedereen, weinig of geen zicht had op dat beheer, werd elk vraagteken over dat beheer vaak een directe en per definitie onvoldoend gefundeerde kritiek op de persoon van de eigenaar. Deze werd in de verdedigingslinie gedrongen waar hij, zonder al zijn motieven op tafel te leg ­ gen, inclusief zijn financien, vaak moeilijk uit kwam. Wij leven nu in een tijd die een aantal zeer positieve aspecten voor het particuliere beheer met zich mee brengt. Ik noem in willekeurige volgorde: Er is veel interesse en aandacht voor de geschiedenis, cultuur en natuur. Er is veel waardering en begrip voor de betrokkenheid die samenhangt met het particuliere beheer. In samenhang met het vorige bestaat sterk de behoefte over de schouders van de beheerders mee te kijken over vervolg van pag. 15 een bepaalde Schaal van ruimte en tijd, een voorwaarde kunnen zijn om elementen uit het “verloren paradijs” te kunnen bewaren. Twickel is, met zijn duizenden hectaren, een klein uni- versum waar cultuur (landbouw), natuur, en Kultuur eeu ­ wen samen zijn gegaan, dan weer meer, dan weer minder, gestoord of ook juist gestuurd door de waan van de dag. Voor het Twickel-universum geldt (als voor alle schaal- niveaus van ecotoop tot Gaia) de landschapsecologische wet, die leert dat de hoofdfactoren, Bodem (inclusief geo ­ logic en morfologie), Water, Vegetatie, Fauna en Mens een zekere autonome integratie vertonen, strevend naar even ­ wicht. Zo is Twickel ons overgeleverd, al veranderend, niettemin zich zelf blijvend, van uitde middeleeuwen. Hoe klein ook vergeleken met Gaia als geheel, ook binnen Twickel is er niet slechts een schaal waar op de negen leu- zen op waarheid getoetst kunnen. Zo zijn ook hier fijnzinnige natuur-elementen allergisch ten opzichte van de mens (onder meer “de boer” via zijn mechanische en chemische ingrepen) en dus zekere op de schaal van de akker- en weidepercelen niet te verweven. Dit in tegenstelling tot robuuste cultuurvolgers als onkruid en weidevogels, al kan de modeme techniek ook die intus- sen aan en wordt dat zelfs door de huidige economie ver- eist. Binnen het land-oecosysteem is de factor mens, in ver- gelijking met vroeger tijden, buiten proporties in macht toegenomen. Daarom zijn de natuurkrachten veel minder bij nrachte om, zoals vroeger, tegenwicht te bieden. Wil men toch een harmonisch samen gaan van natuur en Kultuur, als in de Stichtingsakte bedongen, dan zal de land- goedbeheerder op de juiste schaal in ruimte en tijd, de ele ­ menten in het landschap (de levende zowel als de niet levende) de gelegenheid moeten bieden tot (Zelf-)ont- plooiing, soms verweven, soms gescheiden al naar de aard en schaal van de betrokken elementen en (sub-)systemen. Dat vereist meer dan instinctmatig (=natuurlijk) of tradi- tioneel handelen, maarhoge inventiviteit, Kultuur dus. Dat inventieve tegenwicht geven tegen korte-termijn-econo- misch gericht handelen heet natuurbescherming. Hier ligt DE uitdaging aan onze historische landgoede ­ ren, Twickel voorop: natuur bescherming als hoge vorm van Kultuur. Prof. Dr. I.S. Zonneveld Oud hoogleraar vegetatiekunde Internationaal Instituut ITC Enschede