pagina 15 zomer 2005

bakstenen metsel-overgang op tus- sen de muur op dat terras en de daar- mede in lijn staande gemetselde muur van de zuidgevel. De muur van de zuidgevel vertoont een steendik- ke uitspringende vertanding. De ste- nen van de terrasmuur zijn identiek aan de grote roze-rode moppen van het linker deel van de frontgevel. Tekeningen: Piet Design. Het overige deel van de zuidgevel heeft echter een kleiner formaat bak- steen. Het is mogelijk dat het metsel- werk de gehele muurdikte beslaat, maar het is waarschijnlijker dat de oorspronkelijke muur is ommetseld. Deze veronderstelling is gebaseerd op het feit dat de pijlers van het souterrain in de gehele zuidvleugel van hetzelfde type zijn als de pijlers in het linker gedeelte van de frontvleugel, terwijl beide vleugels oorspronkelijk met dezelfde moppen waren opgemet- seld. De dendro-chronologische datering van de kapspanten van de zuidvleugel is circa 1642. De rekeningen van rentmeester Van Limborch vermelden in 1643-’44 de aanvoer van boom- stammen uit Gildehaus op 23 wagens, van meer dan 200.000 bakstenen en van enorme hoeveelheden natuur- steen. Gezien de datering van de kapspanten, moet er toen aan de zuidvleugel gewerkt zijn, waarbij de stenen ongetwijfeld zijn gebruikt om die vleugel te herbouwen of te om- metselen. De combinatie van de observatie en gegevens in de rekenin ­ gen wijzen overduidelijk op restau- ratie of vemieuwen van de zuidvleu ­ gel in het midden van de 17de eeuw, waarbij de fundamenten met de steu- nende pijlers werden hergebruikt. De oorspronkelijke zuidmuur bleef gehandhaafd achter het huidige terras. Deze toont de vreemde getande over ­ gang. Pijler in het souterrein van de zuidvleugel. De ronde en vierkante sierstenen onder de daklijst van de rechter helft van de frontgevel. Foto: Alexander van den Tweel.