pagina 19 zomer 2004

Slakrupsvlinder Berkeneenstaart Braamuil Lieveling Halvemaanvlinder Populierenpijlstaart Kroonvogeltje Wapendrager Bruine beer Brandvlerkvlinder Hazelaaruil Enkele op Twickel gevangen nachtvlindersoorten. laken zodat ze ‘eenvoudig’ te determineren zijn. Sommige soorten lijken echter zo sterk op elkaar dat ze slechts door middel van genitaal-determinatie van elkaar zijn te onder- scheiden. Ook op Twickel werkte de lichtvangst goed waarbij vanaf de schemering tot circa een uur ‘s nachts werd gevangen. Enkele keren werd de lichtval gebruikt die de gehele nacht brandt doch meestal wat minder individuen oplevert. De val werkt volgens het fuikprincipe waarbij de vlinders worden aangetrokken door een UV-lamp. De vol- gende ochtend worden de vlinders, na determinatie, weer vrijgelaten. De vangresultaten Met het thans op Twickel gevangen aantal soorten mogen we best tevreden zijn, omdat het een indicatie is voor een goed nachtvlinderbiotoop. Er werden voomame- lijk soorten gevangen die in Twente vrij algemeen zijn maar het onderzoek leverde ook enkele zeldzame soorten op. Zo is bijvoorbeeld het Kleine Eikenblad (Phyllodes tremulifolia) een vlinder die schaars voorkomt in het oos- ten en zuiden van ons land. Deze soort werd in Twente eer- der vastgesteld te Denekamp, Vasse en Saasveld. Een andere leuke soort is de Oranje Iepentakvlinder (Angerona prunaria) die ook in gering aantal in Twente voorkomt en onder meer gevangen werd in Almelo, Saasveld, Vasse, Denekamp en Rijssen. Verder leverde de rotstuin nog een aantal zeldzame soorten op die geen Nederlandse naam hebben. De zeldza- mere en minder opvallende soorten dragen alleen een wetenschappelijke naam. Zo komt ‘Polyploca ridens’ alleen voor in de loofbossen in het oosten van ons land. Deze werd onder meer gevan ­ gen in Almelo en Rijssen. ‘Eupithecia denotata’ is een klein spannertje dat moge- lijk nog zeldzamer voorkomt en in Twente alleen in Rijssen werd gevangen.