pagina 15 zomer 2002

Kaart van het stadje Delden en omgeving van Jacob van Deventer, ca. 1550. Aan de westzijde van de stad staan de twee windmolens op de Deldeneresch. De weergave van de molens doet vermoeden, dat de beide windmolens stenderkastmolens zijn geweest. De stadsmolen De Eschmolen was niet de eerste molen in Delden. Voordien heeft er binnen de stad reeds een molen gestaan op de zogenaamde ‘Molen- berg’. Deze was gelegen ongeveer tus- sen de Noordwal en de Noorderhagen, tegenover de ingang van de huidige Jan Lucaskamp. Ook deze molen is in bezit van Twickel geweest. In een akte van 13 September 1423 (H.A.T. nr. 5267) staat, dat Herman van Twickelo met toestemming van zijn zonen Wynand en Frederick testamentair overdraagt aan de Vicarie van Onze Lieve Vrouw te Delden de inkomsten uit het huis de bergvrede en plaats, gelegen bij de windmolen in Delden, dit samen met enkele andere goederen. Ook is er een akte van verkoop en overdracht uit 1585 door burge- meesters en schepenen van het stads- gericht Delden aan de armen van het O.L. Vrouwengilde te Delden van hun vordering op Johan van Raesfelt (de Jonge) wegens de aankoop van een windmolen (H.A.T. nr. 3692). Welke molen het hier betreft is onduidelijk. Mogelijk heeft Goossen van Raesfelt de tweede molen op de esch voor rekening van het stadsbestuur ge- bouwd en heeft zijn zoon Johan deze later van het stadsbestuur overge- nomen. De vordering waarover het in de akte gaat, is dan waarschijnlijk van wat oudere datum, daar Johan na 1570 in grote fmanciele moeilijkheden kwam. De molen in het stadje is dan al ver- dwenen. Op de genoemde kaart van Jacob van Deventer staat hij niet meer. Ook dicteert Adolf Hendrik in het hierboven genoemde register aan Adriana Sophia: “In Delden is nog een oude winde meulen belt’, waarmee hij wil zeggen dat er alleen nog een heuvel is waarop de molen heeft gestaan. Moeilijke tijden De Van Raesfelts hebben moeilijke tijden meegemaakt. In de eerste plaats was Goossen in 1551 bezig met bouwwerkzaamheden aan huis Twickel. Dit was een geldverslin- dende zaak. Ook begon korte tijd later de oorlog met Spanje, waarbij vele veldslagen in de Oostelijke Neder- landen werden uitgevochten. Enorme verwoestingen en plunderingen op het platteland waren het gevolg. De pachtinkomsten verdwenen daardoor. De fmanciele positie van de familie Van Raesfelt werd zelfs zo precair, dat niet alleen de verdere bouw van het kasteel moest worden stopgezet, maar ook dat Goossens zoon en opvolger Johan I na ongeveer 1570 dermate in geldproblemen kwam, dat hij genood-