Pagina 15 winter 2016

en zuigende klei, de wanden deels ingezakt. Daarom werd handmatig en met behulp van zeven gezocht naar fossielen en fossielhoudende fracties in het op de kant gezette materiaal. Daarna werd de kuil weer gedicht, afgevlakt en ingezaaid met weidegras.

De genomen monsters worden onderzocht op korrelgrootteverdeling, minerale samenstelling en
op microfossielen zoals foraminiferen, tandjes en gehoorbeentjes van vissen, pollen, schelpresten en slakkenhuisjes. Hiermee kan worden vastgesteld onder welke condities de afzettingen zijn gevormd, wanneer dat gebeurde, de klimaatomstandigheden op dat moment en de ora en fauna van toen in zee en in het kustgebied. Deze resultaten komen in de loop van 2017 beschikbaar.

Het zoek- en zeefwerk spitste zich uiteindelijk toe op twee gedeelten van het omhoog gebrachte en terzijde gelegde materiaal: zwarte klei van 4 tot 4,5 meter diepte (Afzetting van Zenderen) en bruine, zandige leem met daarin verkitte brokken (fosforietconcreties) van zo’n 3 meter diepte (Afzetting van Delden). De zwarte klei werd ‘met de hand’ doorzocht, maar zonder noemenswaardig resultaat. Toen het materiaal vervolgens beetje bij beetje werd gezeefd, gaf het zijn geheimen prijs: een eerste haaientand! Deze bracht

de vinder vreugde en de anderen nieuwe energie om verder te zoeken.

Achteraf moesten we vaststellen dat het bij deze ene tand was gebleven. Behalve de tand bleven ook botfragmenten op de zeef liggen. Ze werden herkend als fragmenten
van walvisbeenderen. De belangrijkste opbrengst bleek uiteindelijk toch enkele handen vol met zeefgruis. Hierin

konden op het oog al vissenwerveltjes, tandjes, stekeltjes en schelpfragmenten worden gezien. De nauwkeurige determinatie van het materiaal, met loep en spatel, vergt meer tijd, maar zal ongetwijfeld een lijst van kustbewoners opleveren.

Ook in de bruine leem- en zandlaag werden enkele aardige vondsten gedaan, waaronder mooie schelpkernen en
een wat groter walvisbotfragment. Ook werden diverse ronde, buisvormige concreties gevonden. Dat leken ook botfragmenten maar het zijn vermoedelijk de verharde resten van graafgangen of van de holtes waarin schelpdieren in de zeebodem leefden. De stukken worden verder onderzocht.

Zo is maar weer gebleken: als je in de buurt van de Almelose brug een gat graaft, vind je walvisbeenderen.

Vrijgemaakt grondvlak, met daarin een patroon van ploegsporen.

 

Verruiming Twentekanaal aanleiding voor geologisch onderzoek

De werkgroep Tonijn uit Twente is opgericht naar aanleiding van de verruiming van het Twentekanaal. De werkzaamheden bieden een ideale gelegenheid voor nieuw, wetenschappelijk geologisch onderzoek in de oude ondergrond van Delden.

Ter voorbereiding daarvan wordt de kennis over dit verleden bijeengebracht en de ondergrond nauwkeuriger in kaart gebracht. Met de in Delden en omgeving gevonden fossielen wordt volgend jaar, als er bij het kanaal gegraven wordt, een expositie ingericht. Mede gebaseerd op de vondsten in het Koematenveld wordt dan ook een publicatie uitgegeven waarin het leven in de tijd van het Mioceen en Plioceen wordt beschreven.

De projectgroep, onder voorzitterschap van conservator Eric Mulder van Natura Docet Wonderryck Twente, is vernoemd naar de ‘Miothunnus deldenius’, een soort tonijn die hier destijds voorkwam en die naar zijn of haar vindplaats is vernoemd. De groep krijgt onder meer steun van de Vrienden van Twickel.