pagina 15 winter 2008

Momenteel geeft het al problemen met kwel. Een verdere verhoging zal ongetwij- feld leiden tot problemen. Hier zal dus de nodige actie moeten worden genomen om tot een goede afweging te komen .Een mool groot perceel met een natte plek is nog niet als een groot perceel te bewerken. Ons enthousiasme werd al iets getemperd. We zijn te voet verder gelopen naar het bedrijf van de familie Crob. Het was de bedoeling om onderweg op de dijk onze lunch te nuttigen, maar die viel letterlijk in het water. Al lopend onder de paraplu heb- ben we onze proviand opgepeuzeld en als een stel verzopen katjes kwamen we bij de familie Crob aan. Waterpeil De heer Crob heeft ons zijn nieuwe stal laten bewonderen. Deze is vorig jaar uitge- breid tot een capaciteit van 130 melk- koeien. Het zag er allemaal keurig netjes uit. Opvallend was dat het oude gebou- wencomplex op een terp was gebouwd. Tot midden jaren 60 kwam het geregeld voor dat de gronden om het gebouwen- complex onderliepen. De heer Brunt is in die tijd wel eens per boot naar de familie Grob gegaan . Rond 1970 is de winterdijk bij Kandia door- getrokken en komen dit soort taferelen niet meer voor. Ook de heer Crob gaf aan zich ernstig zorgen te maken over de nieuwe peilbesluiten van het waterschap voor het gebied Celderse Poort. Het bedrijf van Grob ligt plaatselijk nog 2 meter lager dan het gebied van Uenk. Ondanks het feit dat we toch een vrij droge herfst hebben gehad, waren ook hier nu al problemen met kwel. Als men geen beheer gaat toepassen bij het riet dan betekent dit dat de bodem elk jaar een centimeter omhoog komt door afstervende planten- massa. Om dit te compenseren zou men elk jaar het waterpeil in het gebied een centimeter omhoog moeten stuwen. U begrijpt wel dat de leefomgeving van de grote karakiet en de roerdomp op die manier in stand blijft, maar voor de boeren in dit gebied zou het op termijn onhoudbaar worden. We kunnen terugkijken op een dag waar we ons een goed beeld hebben kunnen vormen van het gebied en de problematiek die er speelt. We willen graag beide fami ­ lies langs deze weg bedanken voor hun tijd en gastvrijheid. Henk Brunnekreeft De grafkelder in de h van Twickel Op de Algemene Begraafplaats aan de Coorseweg ligt een stukje dodenakker van kasteel Twickel. Onder zwaar geboomte en bedekt met heifstbladeren vinden we de familiegrafkelder van de Van Heeckerens. Hierin zijn bijgezet Baron Caret George Unico Wilhelm van Heeckeren van Wassenaer (1856- ■1883), broer Rodolphe Frederic van Heeckeren van Wassenaer (1858-1336) en zijn echtgenote Marie Amelie Mechtild Agnes van Heeckeren van Wassenaer van Aldenburg Bentinck (1873-1375). Als een krans rond de grafkelder liggen de graven van de personeelsleden van Twickel. Het ‘tijdelijke’ is hier veranderd in het ‘eeuwige’. Memento Mori In alle jaargetijden is een bezoek aan de dodenakker een moment van bezinningen mijn gedachten gaan dan uit naar de ‘tijde ­ lijke heren en vrouwen van Twickel en de vroegere personeelsleden. Onze onvolpre- zen Deldenaar, Herman Haverkate, schrijft daarzo treffend over in ‘Groeten uit Delden’ uit 1976: “De entourage van deze dodenakker herinnert mij zo sterk aan het vroegere landgoed en haar bewoners. Aan de achterkant van de grafkelder, vlak boven de grond, steken kleine ventilatieko- kers naar buiten, afgedekt door zinken kapjes. In een wijde cirkel rondom dit ingegraven dodenhuisje, markeren groenig uitgeslagen graf- Na de bijzetting van Rodolphe Fridiric werden de kransen en bloemen voor de grafkelder gelegd stenen de zanderige vlakte. Het zijn de laatste herinneringen aan de getrouwen van Twickel die hier liggen uit te rusten van hun dienstwerk". Studiereis naar Italie In januari 1883 kwam Carel George Willem van Heeckeren van Wassenaer (de ‘Jonker’ genoemd) van een studiereis in Italie ziek terug op Twickel. Hier hoopte hij te herstel- len en zijn geliefde Twickel die aandacht te schenken die het verdiende. Op zijn ziek- bed las hij nog regelmatig de geschriften met aantekeningen, waarop hij eerder dat jaar (zaterdag 10 juni 1882) promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht tot doc ­ tor in de Staatswetenschappen. Hoe ziek de ‘Jonker’ was, blijkt uit zijn laatste brief aan Baron Charles (Carel) van