pagina 15 winter 2003

Door de uitdeling van producten werd de middenstand van Delden indirect ondersteund. HuisarchiefTwickel, inv.nr. 5412/1. dan ook de aanklacht van de hand te wijzen of ‘te renvoieeren aan de ordi- naris Courts van Justitie’. Een specifi- catie van salads en vooruitbetaling voor de dan inmiddels overleden advocaat G.J. Dumbar in de jaren 1792-1795 laat zien, dat de aanklacht van de kerkenraad door het Hof van Justitie is behandeld. Een jaar voor zijn dood geeft graaf Carel George aan zijn rentmeester Christiaan Brill aanwijzingen om “met het begin der Nieuwe Eeuw en eener Nieuwe administratie alle voor- gaande abuysen en schaaden voor te komen en de inkomsten van het Fonds op eene seekere en vaste wijse te ree- gelen en jaarlijks suyver in gelde te doen Inkomen”. Als basis van het Fonds werd gesteld “de voile som der Inkomsten van hetzelve zoo als die te Boek staan […] eene summa van een duizend en ses gulden”. Na het fmanciele beleid uiteen gezet te hebben, eindigt het stuk “met toewensching van de aan- houdenheid van den Goddelijke zee- gen over deeze Heilzaame Institutie en der schenkers deeze liefde gaaven aan hunne Behoeftige meedemen- schen”. In de loop van de volgende jaren gaan de middelen van het Sint- Annefonds over in het Twickels Armen Fonds, afgekort als T.A.F. In de jaarrekeningen van 1760 tot 1803 wordt het Sint-Annegasthuis genoemd ‘een boerenplaats leggende op Sint Anne Brink’, die eenjaarlijkse pacht betaalde van 58 gulden. De overgang van het Sint- Annegasthuis naar een boerderij is gezien de vorige stukken heel geleidelijk gegaan. Vermoedelijk is het Sint- Annegasthuis altijd een boerderijach- tig huis geweest met ruimten waarin de armen, zieken en daklozen konden verblijven. In het verpondingsregister van 1602 wordt echter geen boerderij Sint-Anne genoemd. Gasthuizen wer- den waarschijnlijk vrijgesteld van de betaling van belasting. In het Huisarchief Twickel is een oorkonde uit 1626 bewaard gebleven, waarin de buurschapsgenoten van de Deldeneresch, waarop het Sint- Annegasthuis ligt, verklaren, dat het gasthuis en de landerijen van het gast- huis vrijgesteld worden van verplich- tingen. Twickels Armen Fonds Uit de jaarrekeningen van het T.A.F. blijkt, dat in de loop van de negentien- de eeuw de middelen geleidelijk toe- nemen. In 1862 bezit het T.A.F. 9 erven, 20 vloglanden, 12 tienden en een kapitaal van 21.100 gulden. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werd het kapi ­ taal van het T.A.F. aangewend tot steun van minderbedeelden. Dit kon zijn een toelage van 30 cent tot 1 gul ­ den per week, te besteden bij de diver ­ se kruideniers in Delden. Maar soms werd ook een bedrag ineens uitge- keerd, bijvoorbeeld 1000 gulden aan pachter G.J. Hietbrink, die door een blikseminslag zijn vrouw, een kind en verscheidene stuks vee was kwijtge- raakt. In de jaren 1845 tot 1850 waren er ongeveer 112 personen die een finan- ciele ondersteuning kregen. Uitgebreid werd beschreven aan wie en waarom de uitkering werd toege- kend. Zo is te lezen: “Jannes Veldhuis, gewezen schoolmeester van inwonenden in Aselo, 50 gulden ingaande 1 novem- ber 1846; Jufr. Van Delden, die blind is geworden, 25 gulden jaarlijks; J.H. Rouweler, dochter van den boer Rouweler op het Deldenerbroek, verplegingskosten in het krankzinni- gengesticht te Deventer. Martinus Holtkamp, oud Ververs- baas van Twickel wonende te Delden, eene toelage van een gulden vijftig cent per week, of acht en zeventig gul ­ den ‘sjaars, G.J Hannink (marskramer, bijge- naamd kloosterpin) woont op de Schuppenstee 30 centen in de week, Levie Visser, marskramer, krijgt 30 cent bij de weduwe F. Harterink”. De kruideniers waarbij het tegoed werd verstrekt, waren H.J. van Heek, W. Mulder, M.J.H. Bransz, Weduwe F. Harterink, F.W. Groll Cramer, J.A. Nunnink, Wed. G.J.Nijland en in 1857 L.O. van Heek. Zo ondersteunde Twickel indirect ook de middenstand. De rentmeester van Twickel ont- ving uit het T.A.F. het voor die tijd aanzienlijke pensioen van 600 gulden per jaar.