pagina 15 voorjaar 2006

C.C.U.W. van Heeckeren. Foto: Alexander Bassano, Londen. boerderij Wanink. Op het voorplein van het kasteel worden de paardenstallen ge- moderniseerd. De voogd van George liet in 1876 boringen naar drinkwater verrichten door de Am- sterdamse firma Peck & Co. Deze vonden plaats bij het tuinmanshuis en bij de per- soneelswoning Omega in de Twickelerlaan, het laatste huis dat George’s vader nog liet bouwen. Dit leverde helaas geen drinkwa ­ ter op. De boringen stuitten op een dikke laag van zware blauwe klei. In 1880 krijgt George, na een verzoek om hervatting van de boringen, van de firma Peck & Co. een brief waarin nieuwe proefnemingen wor ­ den ontraden. Hij kon toen nog niet ver- moeden dat hij zelf drie jaar later op jonge leeftijd zou bezwijken aan een tyfusbe- smetting, een ziekte die hij door de toe- voer van gezond drinkwater juist had wil- len voorkomen. Georges broer Rodolophe zou in 1893 een waterleiding laten aanleg- gen om daarmee de bevolking voor dit ziektegevaar te behoeden. Al net zo droevig is het feit dat George in 1882 door vader en zoon Brink Evers een tekening laat maken voor het smeden van een poort en een hek bij de Algemene Be- graafplaats in Delden. De uitbreiding van de begraafplaats die daarvoor de aanlei- ding vormde heeft hij niet meer meege- maakt. Overlijden Na zijn promotie tot doctor in de Staatswe- tenschappen maakt George een rondreis door Italie. In Rome bezoekt hij zijn neef Carel van Heeckeren van Kell, die daar werkzaam is als Nederlands zaakgelastig- de. Tijdens dit bezoek loopt George door het eten van oesters een tyfusbesmetting op. Doodziek keert hij eind februari 1883 terug op Twickel. Op 1 maart maakt de correspondent van het nieuwsblad Tubantia melding van le- vensgevaar: “Wij doorleven hier dagen van groote bezorgdheid en spanning. (…) Is het altijd in dagen van lief en leed gebleken welk een nauwe band er bestond tusschen Twickel en Delden, geen wonder dat nu al- thans de pijnlijke slingering tusschen vrees en hoop door alien hier wordt gedeeld”. Personeelsleden waken bij het ziekbed, maar het noodlot slaat toe. George overlijdt op 6 maart 1883. Vanwege besmettingsgevaar mag het stof- felijk overschot niet vervoerd worden naar het familiegraf in Wassenaar. George wordt daarom bijgezet in de nog onge- bruikte grafkelder op de Algemene Be ­ graafplaats in Delden. De begrafenis is intens droevig en groots. De stoet bestaat uit 12 koetsen; 21 dragers ontfermen zich over de kist en de kransen. Kwekers uit Berlijn leveren voor een bedrag van 367 gulden aan rozen, reseda, amaryllis, orchi- deeen en cyclamen. De kerkklokken luiden drie keer daags een uur. De predikant van Delden verwoordt de al ­ gemene droefheid over zijn overlijden als voIgt: “Waarlijk, dat is geen officiele rouw over een hooggeplaatste, maar het is de oprechte droefheid over het heengaan van een veelbeminde, waarvan hier thans de ernstige trek op zoo menig gelaat, de traan in zoo menig oog getuigt. (…) Geen en- kele bijna onder zijn vele pachters of hij weet te verhalen van een hartelijk woord, een bewijs van deelneming in lief of leed, een belangstellend aanhooren en onder- zoeken en wegruimen van billijke klachten of bezwaren”. Op Twickel blijft George’s broer Rodolphe achter in diepe rouw. Aajke Brunt Adam en Eva op Twickel In het artikel van Helmig Kleerebezem over de gevelversieringen van Twickel (Twickelblad 2005-4), werd ik bij de afbeelding van het geboorteverhaal getrojfen door het gegeven dat Jozef een kaars in de hand blijkt te hebben. Het was mij nooit opgevallen. Afbeeldingen van de Stal van Bethlehem, waarbij Jozef een kaars in de hand houdt, komen aan het eind van de Middeleeuwen en tijdens de Renaissance wel meer voor. In elk van de eerste twee zalen van het Rijks- museum Twenthe in Enschede hangt er een mooi voorbeeld van. Een dergelijke weer- gave had een diepere betekenis, die te mooi is om niet te vermelden. De rol van Jozef was bij de conceptie van Jezus toch al pro- blematisch geweest, tijdens de geboorte voelde hij zich tussen de beredderende vroedvrouwen opnieuw overbodig. Tenein- de toch van nut te zijn, besloot hij licht te gaan halen om beterte kunnen zien. Maar bij zijn terugkomst bleek zijn rol andermaal volledig overbodig te zijn: het licht van zijn flakkerende vlammetje viel volledig in het niet bij het Licht van de Wereld dat zojuist was geboren. Elias Vermeer Jozef houdt beschermend zijn hand boven het vlammetje.